De Geo - Leerboek - 1 vwo (11e editie) - Grote natuurlandschappen op aarde
Publiek
Woorden in deze lijst (79)
Origineel
- alpenweide
- Hoogtegordel in de bergen met grassen/
kruiden en lage struikjes (boven de boomgrens). - aride
- Droog.
- basisbehoefte
- Iets wat iedereen echt nodig heeft om redelijk te kunnen leven: voedsel/
huisvesting/ onderwijs/ gezondheidszorg en veiligheid. - bereikbaarheid
- De mogelijkheid om een plaats te bereiken.
- bevolkingsconcentratie
- Opeenhoping van mensen in een gebied.
- bevolkingsdichtheid
- Het gemiddelde aantal inwoners per vierkante kilometer (inw/
km²). - bevolkingsspreiding
- De verdeling van mensen over een land of gebied.
- biodiversiteit
- Variatie aan levensvormen in de natuur.
- bio-industrie
- Intensieve veehouderij, met als doel een zo hoog mogelijke productie (vlees/
melk/ eieren) te halen. Het dier is een onderdeel van een industrieel proces. - biologische landbouw
- Vorm van duurzame landbouw waarbij de boer rekening houdt met het milieu en het dierenwelzijn.
- boomgrens
- Grens tussen een gebied waar nog wel bomen groeien en waar geen bomen meer kunnen groeien door de lage temperatuur (kouder dan gemiddeld 10 °C in de zomer).
- breedtecirkel
- Denkbeeldige cirkel die plaatsen van gelijke breedteligging verbindt. Heet ook parallel.
- breedteligging
- De afstand van een plaats tot de evenaar.
- circulaire landbouw
- Vorm van duurzame landbouw waarbij zoveel mogelijk grondstoffen/
voedingsstoffen en afvalstromen worden hergebruikt./ circulaire landbouw - cirkeldiagram
- Grafiek die de verdeling van een verschijnsel in procenten weergeeft.
- cultuurlandschap
- Landschap waarin mensen huizen/
wegen/ akkers/ weilanden en andere dingen hebben aangelegd./ ingericht landschap - diagram
- Grafische voorstelling van meetgegevens.
- duurzaamheid
- Op zo'n manier omgaan met de aarde dat deze ook voor toekomstige generaties leefbaar is.
- duurzame landbouw
- Landbouw waarbij boeren een goede oogst behalen zonder de bodem/
de lucht en het water (het milieu) te vervuilen/ de natuurlijke hulpbronnen uit te putten en de biodiversiteit te verstoren. - ecologische voetafdruk
- Getal dat laat zien hoeveel hectare aardoppervlak een persoon of een land gemiddeld gebruikt om te wonen en te leven.
- eeuwige sneeuw
- Gebied waar altijd sneeuw ligt.
- etage
- Verdieping van een bepaalde plantengroei in het tropische regenwoud.
- evenaar
- Denkbeeldige lijn die de aardbol in twee helften verdeelt: het noordelijk halfrond en het zuidelijk halfrond.
- extensieve veeteelt
- Veeteelt waarbij weinig kapitaal per hectare wordt gebruikt en er weinig dieren per hectare worden gehouden.
- fossiele brandstof
- Brandstof (aardgas/
aardolie/ bruinkool/ steenkool) die in miljoenen jaren gevormd is vanuit planten-/ en/ of dierenresten./ fossiele energiebron - gematigde zone
- Luchtstreek tussen de breedtecirkels van 23½° N.B. en 23½° Z.B. en 66½° N.B. en 66½° Z.B. Gematigd wil zeggen: niet heel warm en niet heel koud.
- gemengd bos
- Overgangsgebied waar loof- en naaldbomen door elkaar groeien.
- gletsjer
- Grote ijsmassa die langzaam naar beneden schuift.
- herbebossing
- Aanplant van jonge bomen na houtkap.
- hoge breedte
- De ligging van een plaats ver van de evenaar (hoger dan 60° N.B. en Z.B.).
- hooggebergte
- Berggebied met toppen die hoger zijn dan 1.500 m.
- hoogtegordel
- Zone van plantengroei in een gebergte.
- ingericht landschap
- Landschap waarin mensen huizen/
wegen/ akkers/ weilanden en andere dingen hebben aangelegd./ ingericht landschap - intensieve akkerbouw
- Akkerbouw waarbij veel kennis en kapitaal gebruikt wordt om een hoge opbrengst per hectare te halen.
- intensieve veeteelt
- Veeteelt waarbij veel kapitaal en kennis worden gebruikt om een hoge opbrengst per dier te halen. Er worden veel dieren per hectare gehouden.
- irrigatie
- Het kunstmatig nathouden van landbouwgronden.
- kapitaal
- Alle gebouwen/
machines/ hulpmiddelen en voertuigen die nodig zijn voor de productie. - keerkring
- De breedtecirkel van 23½° N.B. (Kreeftskeerkring) en 23½° Z.B. (Steenbokskeerkring)/
grens van de tropen. - klimaatdiagram
- Diagram met een overzicht van de gemiddelde temperatuur en de gemiddelde neerslag per maand in een plaats of een gebied.
- klimaatverandering
- Geleidelijke of abrupte verandering in het klimaat door natuurlijke processen en/
of invloed van de mens. - kringlooplandbouw
- Vorm van duurzame landbouw waarbij zoveel mogelijk grondstoffen/
voedingsstoffen en afvalstromen worden hergebruikt./ circulaire landbouw - lage breedte
- De ligging van een plaats dicht bij de evenaar (lager dan 30° N.B. en Z.B.).
- landijs
- Honderden meters tot kilometers dikke lagen ijs op het land die zijn ontstaan doordat sneeuw eeuwenlang laag na laag bleef liggen en onderin werd samengeperst tot ijs.
- lijndiagram
- Grafiek die een ontwikkeling laat zien in de tijd, met op de x-as de tijd en op de y-as de hoeveelheid.
- loofboomgordel
- Zone in de gematigde zone (luchtstreek) waar loofbomen groeien, zoals eiken en beuken.
- luchtstreek
- Temperatuurzone op aarde: de tropische zone (tropen)/
gematigde zone en polaire zone (poolstreek). - mediterrane plantengroei
- Kenmerkende vegetatie in de subtropen, die zich heeft aangepast aan een seizoen met droogte en hitte. Voorbeelden zijn olijfbomen/
palmen/ vijgen en kurkeiken. - naaldbomengordel
- Natuurlandschap in de gematigde zone (luchtstreek) met naaldbomen. In de winter is het er gemiddeld kouder dan -3 °C./
naaldbomengordel - natuurlandschap
- Een landschap dat niet door mensen is ingericht. Het is puur natuur.
- natuurlijke hulpbron
- Product uit de natuur dat mensen goed kunnen gebruiken.
- neerslag
- Water dat in vaste (sneeuw/
hagel) of vloeibare (regen/ mist) vorm uit de dampkring op aarde neerkomt. - noordpoolcirkel
- De breedtecirkel van 66½° N.B.
- oase
- Plek in de woestijn waar water aan het oppervlak is.
- ontbossing
- Het kappen van bossen.
- oorspronkelijke plantengroei
- De natuurlijke plantengroei die ergens voorkomt./
oorspronkelijke vegetatie - oorspronkelijke vegetatie
- De natuurlijke plantengroei die ergens voorkomt./
oorspronkelijke vegetatie - permafrost
- Altijd bevroren ondergrond.
- plantage
- Landbouwonderneming waar op grote schaal één product wordt verbouwd.
- poolcirkel
- De breedtecirkel van 66½° N.B. (noordpoolcirkel) en 66½° Z.B. (zuidpoolcirkel).
- poolstreek
- Koude luchtstreek ten noorden van 66½° N.B. en ten zuiden van 66½° Z.B./
polaire zone - reliëf
- Hoogteverschillen in het landschap.
- rotsgordel
- Hoogtegordel waar door de kou en de harde ondergrond bijna geen planten meer groeien.
- savanne
- Natuurlandschap in de tropen met lange grassen, afgewisseld met groepjes bomen en struiken.
- schaalniveau
- De schaal waarop je naar de wereld kijkt: lokaal/
regionaal/ nationaal/ continentaal of mondiaal. - sneeuwgrens
- De hoogte waarop de sneeuw zelfs in de zomer blijft liggen.
- staafdiagram
- Grafiek waarin de staven een hoeveelheid aangeven in cijfers of in procenten. De staven kunnen gaan over perioden/
gebieden of groepen mensen. - steppe
- Natuurlandschap waar net genoeg regen valt voor de groei van grassen en lage struikjes.
- stijgingsregen
- Regen bij de evenaar. Ontstaat doordat het aardoppervlak de lucht erboven opwarmt, waardoor die lucht gaat stijgen en hoger in de atmosfeer afkoelt en de waterdamp uit de lucht condenseert.
- stroomdiagram
- Grafiek die de gegevens laat zien in pijlen of lijnen. De dikte van de lijn geeft de hoeveelheid aan.
- subtropen
- Deel van de gematigde zone (luchtstreek) dat het dichtst bij de tropen ligt. Het is er minder warm dan in de tropen, maar warmer dan in de rest van de gematigde zone.
- taiga
- Natuurlandschap in de gematigde zone (luchtstreek) met naaldbomen. In de winter is het er gemiddeld kouder dan -3 °C./
naaldbomengordel - toendra
- Natuurlandschap in de poolstreken met begroeiing van grassen/
mossen en lage struikjes. - tropen
- Warme luchtstreek bij de evenaar tussen 23½° N.B. en 23½° Z.B./
tropische zone - tropisch regenwoud
- Natuurlandschap in de warme/
vochtige tropen met dicht/ ondoordringbaar bos. - welvaart
- Mate waarin iemand genoeg geld heeft om in de basisbehoeften te voorzien. Gaat over het inkomen van mensen.
- woestijn
- Natuurlandschap waar door droogte bijna niets groeit.
- woestijnsteppe
- Natuurlandschap waar alleen grassen en cactussen groeien.
- zee-ijs
- Bevroren zeewater.
- zelfvoorzienende landbouw
- Landbouw waarbij mensen vooral voor eigen gebruik produceren.