1. Cultuur en identiteit
Publiek
Woorden in deze lijst (32)
Origineel
- culturele diffusie
- De verspreiding van cultuurelementen vanuit het kerngebied over andere gebieden.
- cultuur
- De kenmerken, gewoonten en opvattingen waarmee een groep mensen zich onderscheidt van andere mensen.
- identiteit
- Een unieke combinatie van kenmerken waarmee iemand zich onderscheidt van anderen.
- immateriële cultuurelementen
- Niet-tastbare kenmerken waaraan je een cultuur kunt herkennen, zoals taal, godsdienst, tradities, gedragsregels en normen en waarden.
- materiële cultuurelementen
- Tastbare kenmerken waaraan je een cultuur kunt herkennen, zoals kleding, voedsel, bouwstijlen en de inrichting van een landschap.
- cultuurgebied
- Regio met een aantal overeenkomstige cultuurelementen, zoals een gezamenlijke geschiedenis, talen met dezelfde oorsprong of een gemeenschappelijk geloof.
- assimilatie
- Proces van zich volledig aanpassen aan de dominante cultuur zodat je oorspronkelijke culturele identiteit op de achtergrond raakt.
- culturele minderheid
- Kleine groep mensen die een eigen cultuur heeft die afwijkt van de dominante cultuur in een samenleving.
- dominante cultuur
- Overheersende cultuur die de meeste invloed heeft op de samenleving.
- gettovorming
- Het ontstaan van wijken waar bijna uitsluitend mensen uit een enkele culturele minderheidsgroep wonen.
- integratie
- Proces van opgenomen worden in een samenleving en je eigen culturele identiteit (gedeeltelijk) behouden.
- multiculturele samenleving
- Maatschappij waarin mensen met verschillende culturen met elkaar samenleven.
- ruimtelijke segregatie
- Het apart wonen van bepaalde bevolkingsgroepen in eigen woonwijken.
- spreidingsbeleid
- Beleid waarbij groepen mensen op een bepaalde manier over de wijken in een stad of over steden in een land worden verspreid.
- subcultuur
- Een cultuurgroep binnen een dominante cultuur die ook eigen cultuurelementen heeft.
- enclave
- Een staat (of een deel ervan) dat geheel omsloten is door het gebied van een andere staat.
- exclave
- Gebied dat buiten het moederland ligt, maar politiek gezien wel met het moederland is verbonden.
- gesloten grens
- Grens die je niet of alleen onder bepaalde voorwaarden mag passeren.
- grens
- Denkbeeldige lijn tussen twee landen of andere (meestal bestuurlijke) eenheden.
- kunstmatige grens
- Scheidslijn die door de mens is bedacht en vastgesteld.
- natie
- Groep mensen die door gemeenschappelijke belangen, ideeën, waarden, normen en taal een eenheid vormt (volk).
- natiestaat
- Staat waar het grootste deel van de inwoners tot een natie (volk) behoort.
- nationalisme
- Gemeenschappelijk gevoel dat zich uit in een sterke voorkeur voor het eigen land en volk.
- natuurlijke grens
- Scheidslijn die bestaat uit landschapselementen en die je daadwerkelijk kunt zien in de natuur.
- open grens
- Grens die je gewoon over kunt zonder dat je wordt tegengehouden of bijvoorbeeld een paspoort moet laten zien.
- staat
- Gebied met officiële landsgrenzen en een eigen bestuur.
- territorium
- Grondgebied van een staat.
- autonomie
- Zelfbestuur.
- federatie
- Een groep autonome staten of regio's die samenwerken en bevoegdheden delen met een centrale overheid, maar hun zelfstandigheid behouden.
- separatisme
- Het streven van een bevolkingsgroep om het door hen bewoonde gebied los te maken van het land waar ze wonen.
- soevereiniteit
- De hoogste macht (bijvoorbeeld in een staat) die van geen ander gezag afhankelijk is.
- territoriaal conflict
- Onenigheid over het bezit en/
of bestuur over een grondgebied.