Begrippen H2 Aarde
Publiek
1
Woorden in deze lijst (57)
Origineel
- aanslibbingskust
- Kust waarbij de afzetting van materiaal overheerst.
- aardverschuiving
- Het van een helling glijden of rollen van een grote hoeveelheid gesteente of los materiaal.
- afzinkput
- Plekken in de Atlantische Oceaan waar zout en koud – en dus zwaar – water naar de diepte van de oceaan zakt.
- albedo
- De mate waarin een oppervlak zonne-energie weerkaatst, uitgedrukt in een percentage.
- atmosfeer
- Het geheel aan gasvormige stoffen die het vaste en vloeibare deel van de aardkorst omringen.
- atmosferische circulatie
- De grootschalige verplaatsing van lucht in de atmosfeer.
- biosfeer
- Het leven op aarde: eencellige organismen, planten, dieren en mensen.
- chemische verwering
- De afbraak en het uiteenvallen van gesteente waarbij de scheikundige samenstelling verandert.
- corioliseffect
- De afwijking van de windrichting die ontstaat door de draaiing van de aarde.
- delta
- Een kustvorm waarbij het rivierwater bij de monding zich over meerdere rivierarmen verdeelt en waarbij de rivier meer sediment afzet dan dat de zee afvoert.
- diepwaterpomp
- Het effect van het thermohaliene circulatiesysteem in de oceanen, waardoor koud en zout water afzinkt bij Groenland en Antarctica, via de diepte bij de tropische streken aan de oppervlakte komt, opwarmt, en in de Atlantische Oceaan weer naar het noorden wordt gezogen.
- energiebalans
- Zie stralingsbalans.
- erosie
- De schurende werking van met sediment beladen ijs, water of wind.
- estuarium
- Trechtervormige riviermonding waar zoet rivierwater en zout zeewater zich mengen.
- evaporatie
- Verdamping van oppervlaktewater.
- evapotranspiratie
- De som van evaporatie en transpiratie.
- front
- Grensvlak tussen relatief warme en relatief koude lucht.
- frontale regen
- Neerslag die ontstaat bij een front, als relatief warme lucht over relatief koude lucht opstijgt.
- fysische verwering
- Zie mechanische verwering.
- geomorfologie
- De aardwetenschap die de terreinvormen en het landschap aan het aardoppervlak en de processen waardoor ze ontstaan, bestudeert.
- hogeluchtdrukgebied
- Gebied met een hogere luchtdruk aan het aardoppervlak dan in de omgeving. Heet ook maximum.
- hydrologische kringloop
- Proces waarbij water op aarde een nooit eindigende kringloop van verdamping, condensatie, neerslag en transport doorloopt.
- hydrosfeer
- Het water op aarde (oppervlakte- en grondwater, ijs).
- intertropische convergentiezone
- Zone met lage luchtdruk op en nabij de evenaar. De afkorting is ITCZ.
- ITCZ
- Zie intertropische convergentiezone.
- koolstofkringloop
- Het verschijnsel dat het element koolstof (C) op allerlei plekken in het aardse systeem wordt uitgewisseld en opgeslagen.
- koude zeestroom
- Relatief koude waterstroming in oceanen en zeeën.
- lageluchtdrukgebied
- Gebied met een lagere luchtdruk aan het aardoppervlak dan in de omgeving. Heet ook minimum.
- luchtdruk
- De kracht die het gewicht van een kolom lucht op een oppervlak uitoefent.
- massabeweging
- Verweringsmateriaal dat onder invloed van zwaartekracht naar beneden valt, rolt of glijdt.
- maximum
- Zie hogeluchtdrukgebied.
- mechanische verwering
- De afbraak en het uiteenvallen van vast gesteente waarbij de chemische samenstelling van het gesteente niet verandert. Heet ook fysische verwering.
- minimum
- Zie lageluchtdrukgebied.
- modderstroom
- Los verweringsmateriaal dat tijdens stortbuien door het water dat hellingafwaarts stroomt, wordt meegesleurd naar het dal.
- moesson
- Land- of zeewind die elk half jaar ongeveer 180° van richting verandert.
- mondiale windsystemen
- De verplaatsing van lucht aan het aardoppervlak als gevolg van de atmosferische circulatie.
- morene
- Materiaal dat door landijs of gletsjers is afgezet.
- oceanische circulatie
- De grootschalige verplaatsing van water in de oceanen (onder andere zeestromen).
- oxidatie
- Chemische reactie waarbij organisch materiaal of een gesteente reageert met zuurstof en zo wordt afgebroken.
- passaat
- Relatief droge wind die het hele jaar uit oostelijke richting van de subtropische hogeluchtdrukgebieden naar de evenaar waait.
- puinhelling
- Een steile puinmassa op de helling aan de onderzijde van een rotswand.
- puinwaaier
- Waaiervormig sedimentpakket dat zich opbouwt als een rivier vanuit een steil en smal dal op een vlakte terechtkomt.
- rivierstelsel
- De rivier met alle zijrivieren.
- sedimentatie
- Het afzetten van sediment door wind, water of ijs op het aardoppervlak.
- stijgingsregen
- Neerslag die ontstaat door een (sterke) opwarming van het aardoppervlak en de lucht daarboven, bijvoorbeeld rond de evenaar.
- stralingsbalans
- De optelsom van de kortgolvige instraling (zonlicht) op aarde, de naar het heelal teruggekaatste straling en de langgolvige uitstraling (warmte) van de aarde. Heet ook energiebalans.
- stroomgebied
- Het gebied dat afwatert op een bepaalde rivier.
- stuwingsregen
- Neerslag die ontstaat als lucht bij een gebergte gedwongen wordt om op te stijgen.
- temperatuurgradiënt
- De gemiddelde temperatuurafname van 0,6 °C per 100 m in de troposfeer. Dit is voor meteorologen een standaardwaarde.
- thermohaliene circulatie
- De wereldwijde circulatie van oceaanwater, waarbij koud en zout water afzinkt bij Groenland en Antarctica, via de diepte bij de tropische streken aan de oppervlakte komt, opwarmt, en in de Atlantische Oceaan weer naar het noorden stroomt.
- transpiratie
- Het proces waarbij planten en bomen water opnemen uit de bodem en via hun bladeren als waterdamp weer afgeven aan de lucht.
- transport
- Het meenemen van sediment door water, wind of ijs.
- verwering
- Het uiteenvallen en afbreken van gesteente onder invloed van verschillende processen.
- waddenkust
- Gebied met aan de zeekant eilanden met zeegaten ertussen, dat onder invloed staat van getijden, waarbij tijdens eb grote oppervlakken droogvallen en tijdens vloed overstromen.
- warme zeestroom
- Relatief warme waterstroming in oceanen en zeeën.
- wet van Buys Ballot
- Op het noordelijk halfrond krijgt de wind, als je met je rug naar het hogeluchtdrukgebied staat, een afwijking naar rechts en op het zuidelijk halfrond naar links.
- wind
- Verplaatsing van lucht aan het aardoppervlak van een gebied met hoge luchtdruk naar een gebied met lage luchtdruk.