woordgroep 16
Publiek
9keer geoefend
Woorden in deze lijst (31)
Origineel
- eu (avoir)
- gehad
- bu (boire)
- gedronken
- connu (connaître)
- gekend
- dû (devoir)
- gemoeten
- été (être)
- geweest
- fallu (falloir)
- gemoetenn
- lu (lire)
- gelezen
- plu (pleuvoir)
- geregend
- plu (plaire)
- bevallen
- pu (pouvoir)
- gekund /
gemogen - reçu (recevoir)
- ontvangen
- su (savoir)
- geweten /
gekund - tenu (tenir)
- gehouden
- vu (voir)
- gezien
- voulu (vouloir)
- gewild
- appris (apprendre)
- geleerd
- assis (asseoir)
- gezeten
- compris (comprendre)
- begrepen
- mis (mettre)
- gezet /
gelegd - permis (permettre)
- toegestaan
- pris (prendre)
- genomen
- promis (promettre)
- beloofd
- ri (rire)
- gelachen
- dit (dire)
- gezegd
- écrit (érire)
- geschreven
- fait (faire)
- gedaan /
gemaakt - découvert (découvrir)
- ontdekt
- offert (offrir)
- aangeboden
- ouvert (ouvrir)
- geopend
- né (naître)
- geboren
- mort (mourir)
- gestorven