Module 4: Heden, verleden en toekomst - 4/5 HAVO - Hoofdstuk 3
Publiek
Woorden in deze lijst (24)
Origineel
- Aanvullend pensioen
- zelfstandig gespaard pensioen boven op het basispensioen
- AOW
- Algemene Ouderdomswet; wet die het algemene basispensioen regelt
- Basispensioen
- pensioen dat de overheid alle Nederlanders betaalt vanaf de pensioengerechtigde leeftijd
- Bbp
- waarde van alle in een land geproduceerde goederen en diensten in een jaar
- Begrotingssaldo
- het begrotingssaldo van de overheid kan negatief of positief zijn: er is sprake van een financieringstekort of een financieringsoverschot
- Beroepsbevolking
- alle mensen tussen 15 en 65 jaar die willen, kunnen en mogen werken
- Bruto binnenlands product
- waarde van alle in een land geproduceerde goederen en diensten in een jaar
- Financieringstekort
- negatief saldo van inkomsten en uitgaven van het Rijk, exclusief de aflossingen op de staatsschuld
- Incidentele uitgaven
- overheidsuitgaven die af en toe voorkomen
- Kapitaaldekkingstelsel
- pensioenstelsel waarbij bij de pensioenuitkeringen gefinancierd worden door opgebouwd kapitaal
- Miljoenennota
- samenvatting van de rijksbegroting
- Omslagstelsel
- pensioenstelsel waarbij de pensioenuitkeringen gefinancierd worden door belastingen en premieheffing
- Parlement
- volksvertegenwoordiging
- Parlementaire democratie
- staatsvorm waarbij het land bestuurd wordt door een gekozen parlement
- Regeerakkoord
- afspraken op basis waarvan een regering wordt gevormd
- Rijksbegroting
- verwachte kosten en opbrengsten van het Rijk voor het komende jaar
- Staatsobligatie
- schuldpapier uitgegeven door een overheid
- Staatsschuld
- schuld van het Rijk
- Structurele uitgaven
- overheidsuitgaven die jaarlijks terugkomen
- Troonrede
- door het staatshoofd uitgesproken rede met daarin de plannen van de regering voor het komende jaar
- Uitgestelde belasting
- financieringstekort van de overheid
- Volksvertegenwoordiging
- door het volk gekozen mensen die het volk vertegenwoordigen
- Waardevast
- een uitkering wordt aangepast aan de inflatie (prijsontwikkeling), zodat de koopkracht van de uitkering op peil blijft
- Welvaartsvast
- een uitkering stijgt mee met de loonontwikkeling (en profiteert mee van de eventueel gestegen welvaart)