Definitielijst pluriforme samenleving
Publiek
1
Woorden in deze lijst (49)
Origineel
- Pluriforme samenleving
- Een samenleving waarin veel verschillen tussen mensen bestaan in levensstijl,godsdienst en andere cultuurkenmerken.
- Cultuur
- Alle waarden,normen,gewoonten en andere aangeleerde cultuurkenmerken die mensen binnen een groep of samenleving met elkaar gemeen hebben en als vanzelfsprekend beschouwen.
- Cultuurkenmerk
- Een eigenschap of gedraging die voortkomt uit de cultuur van mensen zoals waarden,normen en gewoonten.
- Socialisatiefunctie van cultuur
- Het proces waardoor de cultuur van de groep waar iemand bij hoort een deel van zijn persoonlijkheid bepaalt.
- Gemeenschappelijk referentiekader
- Alles wat mensen gezamenlijk bezitten aan kennis,ervaringen,normen,waarden en gewoonten.
- Gedragsregulering
- Sturing van het gedrag van mensen zodat het geordend en voorspelbaar verloopt.
- Dominante cultuur
- Alle waarden,normen en gewoonten en andere cultuurkenmerken die de meerderheid van de bevolking met elkaar deelt en als vanzelfsprekend beschouwt.
- Subcultuur
- Een cultuur waarin sommige waarden,normen,gewoonten en andere cultuurkenmerken afwijken van de dominante cultuur.
- Culturele diversiteit
- Het naast elkaar bestaan van veel verschillende subculturen en levensstijlen.
- Gender
- Culturele verschillen tussen mannen en vrouwen.
- Rolpatronen
- Algemene verwachtingen en opvattingen over hoe iemand zich hoort te gedragen.
- Etnische subcultuur
- Cultuur van een groep mensen die zich onderling verbonden voelt door hun land van herkomst en de daarbijhorende waarden,normen,gewoonten en andere cultuurkenmerken.
- Tegencultuur
- Cultuur van groepen die zich verzetten tegen (delen van) de dominante cultuur en die willen veranderen.
- Sociale cohesie
- De mate waarin mensen zich verbonden voelen met elkaar.
- Socialisatie
- Het proces waarbij mensen bewust en onbewust de waarden,normen en andere cultuurkenmerken aanleren van de groep of groepen waar ze bijhoren.
- Socialiserende instituties
- Groepen en organisaties die specifieke waarden,normen en gewoonten overdragen.
- Sociale controle
- De manier waarop mensen anderen stimuleren of dwingen zich aan de geldende normen te houden.
- Sanctie
- Maatregel om gedrag te stimuleren of af te keuren.
- Internalisatie
- Het proces waarbij mensen zich waarden,normen en gewoonten eigen maken en zich automatisch gaan gedragen zoals hun omgeving van hen verwacht.
- Persoonlijke identiteit
- Het beeld dat iemand van zichzelf heeft.
- Sociale identiteit
- Het deel van het zelfbeeld dat is afgeleid van de groepen en culturen waarmee iemand zich verbonden voelt.
- Cultuurrelativisme
- Visie waarin culturen gelijkwaardig aan elkaar zijn en waarin je het gedrag van de leden van een cultuurgroep alleen beoordeelt naar de maatstaven van die cultuur.
- Cultuuruniversalisme
- Visie waarin je uitgaat van universele waarden die voor iedereen op de wereld gelden en het gedrag van de leden van een cultuurgroep daaraan afmeet.
- Etnocentrisme
- Manier van kijken waarbij de eigen groep wordt gezien als middelpunt van alles en alle andere daaraan afmeet.
- Wij-zij-denken
- Patroon waarbij de ene groep tegenover de andere staat en zichzelf doorgaans als ‘beter’ ziet.
- Categoriseren
- De wereld indelen in hokjes waarin mensen,voorwerpen of situaties automatisch een plaats krijgen.
- Stereotype
- Een overdreven,vaststaand beeld van een groep mensen dat aan alle leden hetzelfde kenmerk of dezelfde kenmerken toeschrijft.
- Vooroordeel
- Een oordeel over iemand of een groep mensen dat niet gebaseerd is op feiten.
- Discriminatie
- Het ongelijk behandelen van individuen of groepen op grond van kenmerken die in de gegeven situatie niet van belang zijn.
- Racisme
- Het doen van kwetsende en vernederende uitspraken over of discriminatie van mensen op basis van huidskleur of afkomst.
- Institutioneel racisme
- Ongelijke behandeling op grond van huidskleur en afkomst vastgelegd in regels en procedures van organisaties en in ongeschreven regels,tradities en gewoonten.
- Xenofobie
- Angst voor en afkeer van het vreemde.
- Polarisatie
- Proces waarbij de tegenstellingen tussen groepen sterker worden waardoor ze steeds meer tegenover elkaar komen te staan.
- Inclusieve samenleving
- Een samenleving waarin iedereen ongeacht afkomst,geloof,geslacht,geaardheid of handicap mee mag en kan doen.
- Migreren
- Verhuizen naar een ander land.
- Gastarbeiders
- Mensen die tijdelijk naar een ander land verhuizen om daar arbeid te verrichten.
- Restrictief toelatingsbeleid
- Beleid waarbij strenge voorwaarden worden gesteld aan het toelaten van migranten.
- Vluchteling
- Iemand die zijn woonplaats of land moet verlaten vanwege oorlogsgeweld of omdat hij gevaar loopt vervolgd te worden vanwege geloof,politieke overtuiging of seksuele geaardheid.
- Asielzoeker
- Iemand die asiel aanvraagt.
- Arbeidsmigrant
- Iemand die verhuist naar een ander land om daar te gaan werken.
- Kennismigrant
- Iemand die verhuist naar een ander land omdat daar grote behoefte is aan zijn kennis.
- Volgmigratie
- Migratie als gevolg van gezinshereniging en gezinsvorming.
- Illegalen
- Mensen die geen wettige toestemming hebben om in een land te wonen en te werken.
- Irreguliere migratie
- Migratie zonder geldige documenten zoals een visum of paspoort.
- Morele verplichting
- De plicht om te doen wat juist is.
- Assimilatie
- Het opgeven van de eigen culturele identiteit en het volledig aanpassen aan de dominante cultuur.
- Integratie
- Het samengaan van cultuurgroepen door wederzijdse aanpassing.
- Segregatie
- Situatie waarbij groepen in de samenleving gescheiden van elkaar leven.
- Radicalisering
- Proces waarbij gedachten en/
of gedrag van een persoon of groep extremer worden en ingaan tegen de waarden en normen van de democratische rechtsstaat.