Frans woorden en zinnen unite 4

Publiek
0keer geoefend
Woorden in deze lijst (122)
Origineel
- Pardon, ik zoek de Albertstraat.
- Pardon, je cherche la rue Albert.
- Je neemt de tweede straat links.
- Tu prends la deuxième rue à gauche.
- Hoe ziet je kamer er uit?
- Elle est comment, ta chambre?
- Je moet rechtdoor gaan.
- Il faut continuer tout droit.
- Het park ligt tegenover de bakker
- Le parc en face de la boulangerie.
- Mijn kast staat tegen de muur.
- Mon armoire est contre le mur.
- Hoeveel kamers hebben jullie?
- Vous avez combien de pièces?
- Mijn huis is erg groot.
- Mon maison est très grande.
- Op welke verdieping is je slaapkamer?
- Ta chambre est à quel étage?
- Mijn slaapkamer is op de derde verdieping.
- Ma chambre est troisième étage.
- De keuken is op de begane grond.
- Au rez-de-chaussée, il y a la cuisine.
- Ik woon in een rustige wijk.
- J'habite dans in quartier calme.
- de bushalte
- l'arrêt de bus
- de auto
- la voiture
- het stadscentrum
- le centre-ville
- de winkel
- le magasin
- open
- ouvert (ouvrir)
- de supermarkt
- le supermarché
- het strand
- la plage
- het verkeer
- la circulation
- tegenover
- en face de
- de hoek
- le coin
- boven
- au-dessus de
- naar boven gaan
- monter
- je moet
- il faut
- het ding
- la chose
- zoeken
- chercher
- doorbrengen
- passer
- jammer
- dommage
- dichtbij
- tout près
- gaan
- aller
- ik ga
- je vais
- jij gaat
- tu vas
- hij gaat
- il va
- zij gaat
- elle va
- wij gaan, men gaat
- on va
- wij gaan
- nous allons
- jullie gaan, u gaat
- vous allez
- zij gaan (m)
- ils vont
- zij gaan (v)
- elles vont
- de lift
- l'ascenseur
- de stoel
- la chaise
- het huis
- la maison
- het appartement
- l'appartement
- de garage
- le garage
- de ingang
- l'entrée
- de deur
- la porte
- de trap
- l'escalier
- de verdieping
- l'étage
- het meubelstuk
- le meuble
- de kamer
- la pièce
- de slaapkamer
- la chambre
- de keuken
- la cuisine
- de badkamer
- la salle de bains
- de woonkamer
- la salle de séjour
- het raam
- la fenêtre
- de kast
- l'armoire
- het toilet
- les toilettes
- de tafel
- la table
- het bed
- le lit
- oké
- d'accord
- succes!
- bonne chance!
- jij neemt
- tu prende
- de bakker
- la boulangerie
- tweede
- deuxième
- verhuizen
- déménager
- wit
- blanc
- het stoplicht
- les feux
- links
- à gauche
- rechts
- à droite
- rechtdoor
- tout droit
- eigen
- propre
- eerste
- premier
- blauw
- bleu
- tot aan
- jusqu'à
- de bioscoop
- le cinéma
- derde
- troisième
- niet/
geen - ne....pas
- niet meer
- ne....plus
- niets
- ne....rien
- nooit
- ne....jamais
- de eetkamer
- la salle à manger
- de badkamer
- la salle de bains
- het uitzicht
- la vue
- het balkon
- le balcon
- de begane grond
- le rez-de-chaussée
- hij beschrijft
- il décrit
- een heleboel
- plein de
- rustig
- calme
- de droom
- le rêve
- aankomen
- arriver
- het tapijt
- le tapis
- ideaal
- idéal
- de bank
- le canapé
- zacht
- doux
- zelfs
- même
- de koelkast
- le frigo
- de oven
- le four
- hier
- ici
- het raam
- la fenêtre
- dat is waar
- c'est vrai
- het stopcontact
- la prise électrique
- praktisch
- pratique
- de plaats
- la place
- lelijk
- moche
- daarna/
vervolgens - puis
- derde
- troisième
- de muur
- le mur
- dat klopt
- c'est ça
- precies
- exactement
- wij zetten, men zet
- on met
- het bureau
- le bureau
- helder
- clair
- pech gehad!
- tant pis!
- pour
- voor, om te
- beau, belle
- mooi
- sur
- op
- sous
- onder
- dans
- in
- derrière
- achter
- devant
- voor
- à côte de
- naast