7. Noord- en Zuid-Korea: overeenkomsten en verschillen
Publiek
Woorden in deze lijst (67)
Origineel
- actieve balans
- Balans waarin de inkomsten groter zijn dan de uitgaven.
- arbeidsintensief
- Bedrijf dat veel arbeid nodig heeft.
- arbeidsmarkt
- Iemand die ergens anders gaat werken vanwege gebrek aan werk en geld in zijn eigen gebied.
- bevolkingsdiagram
- Staafdiagram met de leeftijdsopbouw van de bevolking.
- bevolkingskenmerk
- Kenmerk van de bevolking van een gebied. Er zijn vier groepen: demografische, economische, culturele en politieke kenmerken.
- bnp per inwoner
- Het gemiddelde inkomen per inwoner per jaar. Je berekent het door het bnp te delen door het aantal inwoners van een gebied.
- bondsstaat
- Een land met één centrale regering met daarnaast in elke deelstaat een eigen regering. Heet ook federatie.
- chaebol
- Groot Koreaans familiebedrijf.
- communistisch land
- Land waar één partij de macht heeft en waar de productie centraal wordt geleid door de staat.
- consumptiegoederen
- Goederen die direct kunnen worden gebruikt, zoals voedsel, kleding en huishoudelijke apparaten.
- cultuur
- Alles wat je hebt aangeleerd.
- demografisch kenmerk
- Kenmerk van de groei en de afname van de bevolking en de herkomst van mensen.
- demografisch transitiemodel
- Model dat de overgang laat zien van een samenleving met hoge geboorte- en sterftecijfers naar lage geboorte- en sterftecijfers.
- demografische druk
- De verhouding tussen de productieve en de niet-productieve leeftijdsgroep.
- demografische transitie
- Een verandering in de bevolkingsgroei door geboorte en sterfte over een langere tijd.
- dictatuur
- Staatsvorm waarin één persoon de absolute macht heeft.
- duurzame stad
- Stad waarin wordt geprobeerd om minder te vervuilen en het verbruik van natuurlijke hulpbronnen zo laag mogelijk te houden door meer te recyclen en meer gebruik te maken van hernieuwbare energie.
- economisch kenmerk
- Kenmerk dat gaat over de bestaansmiddelen van mensen; de manier waarop mensen geld verdienen.
- economisch systeem
- Manier waarop in een staat de productie van goederen is geregeld.
- exclusieve economische zone (EEZ)
- Een strook van 200 zeemijl die wordt beheerd door de kuststaat en waar deze staat ook de visserijrechten heeft en het recht om grondstoffen te winnen.
- exploitatiekolonie
- Kolonie die de (meestal) Europeanen gebruikten om er veel voordeel van te hebben.
- export
- Uitvoer van goederen en diensten naar een ander land.
- federatie
- Een land met één centrale regering met daarnaast in elke deelstaat een eigen regering. Heet ook bondsstaat.
- geboortecijfer
- Het gemiddelde aantal levendgeborenen per duizend inwoners per jaar.
- grijze druk
- De verhouding tussen de groep 65-plussers en het aantal 20- tot 65-jarigen.
- groene druk
- De verhouding tussen de groep van 0- tot 20-jarigen en het aantal 20- tot 65-jarigen.
- grondstof
- Ruw materiaal (zoals ijzererts of cacaobonen) dat nog bewerkt moet worden om er een product van te maken.
- grondstofgebonden industrie
- Bedrijven die gevestigd zijn dicht bij de vindplaats van de grondstoffen of bij de plek waar die goedkoop kunnen worden aangevoerd.
- handelsbalans
- De waardeverhouding tussen de totale invoer en de totale uitvoer van een land.
- high-techindustrie
- Industrie die gebaseerd is op hoogstaande technische kennis.
- human development index (hdi)
- Cijfer dat aangeeft hoe hoog een land scoort op het bnp per inwoner, de levensverwachting en het analfabetisme. Heet ook index menselijke ontwikkeling (imo).
- importsubstitutie
- Producten die eerst werden ingevoerd, nu zelf gaan maken.
- index menselijke ontwikkeling (imo)
- Zie human development index (hdi).
- internationale arbeidsverdeling
- De verdeling van het werk over verschillende landen.
- kapitalistisch land
- Land waar de productie wordt geleid door particuliere ondernemers.
- kolonie
- Gebied in een ander werelddeel dat in het bezit is van (meestal) een Europees land.
- laagland
- Gebied met een hoogteligging lager dan 200 m.
- lagelonenland
- Land met lage arbeidskosten.
- landklimaat
- Klimaat waarbij de gemiddelde temperatuur in de koudste maand lager is dan -3 °C.
- leeftijdsopbouw
- De samenstelling van de bevolking in verschillende leeftijdsgroepen.
- levensverwachting
- Het gemiddelde aantal te verwachten levensjaren op een bepaalde leeftijd.
- lichte industrie
- Bedrijven die veel halffabricaten gebruiken.
- locatiefactor
- Reden waarom een bedrijf zich op een bepaalde plaats vestigt. Heet ook vestigingsplaatsfactor.
- marktgebonden industrie
- Bedrijven die gevestigd zijn in de buurt van hun afzetmarkt.
- passieve balans
- Balans waarin de uitgaven groter zijn dan de inkomsten.
- planeconomie
- Economisch systeem waarin de productie door de staat wordt bepaald, waarbij voor elk bedrijf een productieplan wordt gemaakt; communistisch productiesysteem.
- politiek kenmerk
- Kenmerk dat gaat over het bestuur van een land.
- politiek systeem
- De manier waarop een staat wordt bestuurd.
- primaire sector
- Werk waarbij producten regelrecht uit de natuur worden gehaald.
- private city
- Een stad die veel groter en belangrijker is dan elke andere stad in het land.
- regionale ongelijkheid
- Verschillen in welvaart tussen het ene en het andere gebied.
- schiereiland
- Een gebied dat aan drie kanten is omringd door zee.
- secundaire sector
- Werk waarbij producten uit de primaire sector worden bewerkt.
- smart city
- Een stad die door de inzet van slimme technologie (ICT), creativiteit, innovatie en kennis aantrekkelijker, duurzamer en leefbaarder wil worden.
- sociaal kenmerk
- Kenmerk dat gaat over hoe mensen voor elkaar zorgen.
- sociale ongelijkheid
- Verschillen in welvaart en ontwikkelingskansen tussen groepen mensen in een gebied.
- staat
- Een gebied met duidelijke grenzen en een bestuur dat eigen baas is (soeverein).
- territoriale wateren
- Een strook van 12 zeemijl uit de kust waar de kuststaat de baas is.
- tertiaire sector
- Alle bedrijven die zich bezighouden met het leveren van diensten.
- urbanisatiegraad
- Het percentage stedelingen in een land.
- urbanisatietempo
- De snelheid waarmee de urbanisatiegraad toeneemt.
- vergrijzing
- Toename van het aandeel ouderen (65+) in de totale bevolking.
- vestigingskolonie
- Kolonie waar de (meestal) Europeanen zich blijvend vestigen.
- vestigingsplaatsfactor
- Reden waarom een bedrijf zich op een bepaalde plaats vestigt. Heet ook locatiefactor.
- vrijemarkteconomie
- Economisch systeem waarbij bedrijven eigendom zijn van personen en de ondernemers zelf bepalen wat ze maken of welke diensten ze aanbieden; kapitalistisch productiesysteem.
- vruchtbaarheidscijfer
- Het gemiddelde aantal kinderen dat een vrouw krijgt.
- zware industrie
- Bedrijven die veel (ruwe) grondstoffen gebruiken, zoals steenkool, ijzererts of ruwe olie.