Woordenlijst: 2.2. Belasting
Publiek
Woorden in deze lijst (23)
Origineel
- Btw
- Btw is een vorm van indirecte belasting die de overheid heft op de verkoop van goederen en diensten.
- Indirecte belasting
- Een indirecte belasting is een belasting die indirect wordt betaald aan de overheid, via bijvoorbeeld een ondernemer.
- Accijns
- Accijns is een vorm van indirecte belasting en wordt onder andere geheven op alcohol, tabak en benzine.
- Vennootschapsbelasting
- Vennootschapsbelasting is de belasting die wordt geheven over het resultaat van een besloten vennootschap (bv) of naamloze vennootschap (nv).
- Inkomstenbelasting
- De inkomstenbelasting is een vorm van directe belasting die betaald wordt over inkomen.
- Directe belasting
- Een directe belasting is een belasting die direct wordt betaald aan de overheid.
- Box 1
- Box 1 is het onderdeel van het Nederlandse boxenstelsel voor de inkomstenbelasting waarin belasting op inkomen uit werk en woning wordt betaald.
- Box 2
- Box 2 is het onderdeel van het Nederlandse boxenstelsel voor de inkomstenbelasting waarin belasting op inkomen uit een aanmerkelijk belang wordt betaald.
- Box 3
- Box 3 is het onderdeel van het Nederlandse boxenstelsel voor de inkomstenbelasting waarin belasting op inkomen uit sparen en beleggen wordt betaald.
- Proportioneel belastingtarief
- Er is sprake van een proportioneel belastingtarief als alle inkomens (hoog of laag) procentueel evenveel belasting betalen omdat het gemiddelde belastingtarief altijd gelijk is.
- Progressief belastingtarief
- Er is sprake van een progressief belastingtarief als hogere inkomens procentueel meer belasting betalen dan lagere inkomens omdat bij een stijgend inkomen het gemiddelde belastingtarief stijgt door een toenemend marginaal tarief.
- Degressief belastingtarief
- Er is sprake van een degressief belastingtarief als hogere inkomens procentueel minder belasting betalen dan lagere inkomens omdat bij een stijgend inkomen het gemiddelde belastingtarief daalt door een afnemend marginaal belastingtarief.
- Aftrekpost
- Een aftrekpost is een bedrag dat van het brutoloon mag worden afgetrokken bij de berekening van de inkomstenbelasting in box 1.
- Fiscale bijtelling
- Een fiscale bijtelling is een bedrag dat bij het brutoloon moet worden opgeteld bij de berekening van de te betalen inkomstenbelasting in box 1.
- Tariefsaanpassing aftrekposten
- De tariefsaanpassing aftrekposten is de vermindering van het belastingvoordeel voor aftrekposten die in de hoogste belastingschijf vallen.
- Gemiddelde belastingdruk
- De gemiddelde belastingdruk is het belastingpercentage dat iemand gemiddeld betaalt over zijn gehele inkomen.
- Marginale belastingdruk
- De marginale belastingdruk is het belastingpercentage dat iemand betaalt over een extra verdiende euro. Oftewel: het percentage van de belastingschijf waarin een extra verdiende euro valt.
- Denivelleren
- Er is sprake van denivelleren als de relatieve inkomensverschillen tussen hoge en lage inkomensgroepen groter worden door overheidsbeleid.
- Belastingvoordeel eigen woning
- Het belastingvoordeel eigen woning is het belastingvoordeel dat eigenaren van een woning hebben als gevolg van de combinatie van de hypotheekrenteaftrek en de fiscale bijtelling van het eigenwoningforfait.
- Nivelleren
- Er is sprake van nivelleren als de relatieve inkomensverschillen tussen hoge en lage inkomensgroepen kleiner worden door overheidsbeleid.
- Heffingskorting
- Een heffingskorting is een korting op de te betalen inkomstenbelasting in box 1.
- Belastbaar vermogen
- Het belastbaar vermogen is gelijk aan de bezittingen minus schulden minus heffingsvrij vermogen en wordt gebruikt om de inkomstenbelasting in box 3 te bepalen.
- Belastbaar inkomen
- Het belastbaar inkomen is het brutoloon minus aftrekposten en plus bijtellingen.