Duits kapitel 3 boek A 1/2 VWO

Publiek
3
Woorden in deze lijst (84)
Origineel
- der Imbiss
- de snackbar
- der Nachtisch
- het toetje
- die Rechnung
- de rekening
- die Speisekarte
- de menukaart
- das Beispiel
- het voorbeeld
- das Eis
- het ijs
- das Stichwort
- het trefwoord
- abwechseln
- afwisselen
- bezahlen
- betalen
- bitter
- bitter
- bringen
- brengen
- ergänzen
- aanvullen/
compleetmaken - der Apfel
- de appel
- der Honig
- de honing
- der Joghurt
- de yoghurt
- der Käse
- de kaas
- der Orangensaft
- de sinaasappelsap
- der Schinken
- de ham
- die Butter
- de boter
- die Marmelade
- de jam
- die Milch
- de melk
- das Abendbrot
- het avondeten
- das Brötchen/
die Brötchen - het broodje/
de broodjes - das Brot
- het brood
- das Frühstück
- het ontbijt
- das Mittagessen
- de lunch
- alles-nichts
- alles-niets
- essen
- eten
- frühstücken
- ontbijten
- gesund
- gezond
- lecker
- lekker
- probieren
- proeven
- schmecken
- smaken
- trinken
- drinken
- wählen
- kiezen
- zeichnen
- tekenen
- der Fisch
- de vis
- der Kuchen
- de taart/
de cake - der Löffel
- de lepel
- der Pfeffer
- de peper
- der Teller
- het bord
- der Zucker
- de suiker
- die Gabel
- de vork
- die Kartoffel/
die Kartoffeln - de aardappel/
de aardappelen - die Wurst
- de worst
- das Fleisch
- het vlees
- das Gemüse
- de groente
- das Messer
- het mes
- das Obst
- het fruit
- das Salz
- het zout
- backen
- bakken
- bitte
- alsjeblieft
- danke
- bedankt
- den Tisch decken
- de tafel dekken
- etwas
- iets
- gleichfalls
- insgelijks
- Guten Appetit!
- Eet smakelijk!
- kaufen
- kopen
- kochen
- koken
- noch
- nog
- der Kaffee
- de koffie
- der Ketchup
- de ketchup
- der Salat
- de salade/
sla - der Tee
- de thee
- die Gurke
- de komkommer
- die Karotte
- de wortel
- die Mayonnaise
- de mayonaise
- die Pommes
- de patat
- die Suppe
- de soep
- die Tomate
- de tomaat
- die Zitrone
- de citroen
- die Zwiebel
- de ui
- das Ei/
die Eier - het ei
- das Glas
- het glas
- das Stück (Kuchen, Pizza)
- het stuk (taart, pizza)
- das Wasser
- het water
- die Nudeln
- de pasta
- die Süßigkeiten
- het snoep
- bestellen
- bestellen
- gern/
lieber/ am liebsten - graag/
liever/ het liefst - nehmen
- nemen
- viel/
mehr/ am meisten - veel/
meer/ het meest - warm/
kalt - warm/
koud - wichtig
- belangrijk