hoofdstuk 3
Publiek
7keer geoefend
Woorden in deze lijst (57)
Origineel
- armoedegrens
- een niveau van inkomen dat minimaal nodig is om rond te kunnen komen. De VN heeft de grens bepaald op een inkomen van minder dan $1,90 per dag
- Bolsa Família
- een maandelijkse financiële uitkering voor arme, Braziliaanse gezinnen met kinderen verstrekt door de Braziliaanse overheid
- grondbezitsverhoudingen
- de manier waarop de (landbouw)grond over de bevolking verdeeld is
- positieve discriminatie
- het bevoordelen van een bepaalde groep mensen
- smeltkroes
- mengelmoes, mix
- sociaal-economische ongelijkheid
- verschillen in ontwikkelingskansen en welvaart tussen bevolkingsgroepen
- biodiversiteit
- de rijkdom aan planten- en diersoorten
- caatinga
- het gebied en de vegetatie (doornige struiken) in het noordoosten van Brazilië, waar een steppeklimaat heerst
- cerrado
- het gebied en de vegetatie (bomen en struiken) in het centrale westen van Brazilië waar het savanneklimaat heerst
- mangrove
- mangrovebossen bestaan uit bomen met lange wortels (boven het water); ze komen voor in de tropen en subtropen in vlakke, modderige kustgebieden
- savanne
- vegetatietype in subtropische klimaten gekenmerkt door grassen en verspreid voorkomende bomengroei
- selva
- benaming voor het tropisch regenwoud in Zuid-Amerika, het Amazonewoud
- tropisch regenwoud
- vegetatietype in het tropisch klimaat met een hoge soortenrijkdom en een dichte, weelderige begroeiing
- etniciteit
- groep met gedeelde cultuur, identiteit en/
of (veronderstelde) afkomst - favela
- Braziliaanse benaming voor zelfbouwwijk
- gated communities
- ommuurde en dikwijls bewaakte woongemeenschappen
- grootgrondbezitters
- in Brazilië een relatief kleine maar machtige groep boeren die verreweg de meeste landbouwgrond bezitten
- Lorenzcurve
- een grafiek die de inkomensongelijkheid in een land laat zien; de Gini-coëfficiënt is hiervan een afgeleide
- ommuurde woonwijk
- ommuurde en dikwijls bewaakte woongemeenschappen. Ook wel gated communities
- politieke polarisatie
- het groeien van de tegenstellingen tussen verschillende politieke stromingen
- racisme
- ongelijke behandeling op basis van afkomst, nationaliteit of huidskleur
- stedelijk netwerk
- steden die door middel van infrastructuur en onderlinge relaties met elkaar verbonden zijn
- verstedelijkingsgraad
- het percentage van de bevolking dat in de stad woont
- verstedelijkingstempo
- de snelheid waarmee de verstedelijkingsgraad per jaar toeneemt
- ecologische draagkracht
- het vermogen van een ecosysteem om mensen, dieren en planten blijvend te kunnen voorzien in hun levensbehoeften
- erts
- delfstof waaruit metalen en/
of mineralen gewonnen kan worden - ertsvorming
- processen waar onder natuurlijke omstandigheden ertsen gevormd worden; dit kan gebeuren bij het stollen van magma, bij metamorfose van gesteente of het ontstaan van sedimentair gesteente
- fossiele energiebronnen
- brandstoffen die lang geleden ontstaan zijn uit resten van planten en minuscule diertjes
- landgrabbing
- buitenlandse en binnenlandse bedrijven kopen in een land enorme stukken land op om er grootschalige landbouwbedrijven te beginnen
- landroof
- buitenlandse en binnenlandse bedrijven kopen in een land enorme stukken land op om er grootschalige landbouwbedrijven te beginnen. Ook wel landgrabbing
- mijnbouw
- de winning van delfstoffen uit de bodem
- ontbossing
- verwijderen van bos, waarna de vrijgekomen grond voor onbepaalde tijd voor andere doeleinden, meestal landbouw, wordt gebruikt
- geografisch beeld
- een beeld van een gebied op basis van controleerbare informatie over de ligging van het gebied, de ruimtelijke kenmerken ervan en de samenhang daartussen
- mental map
- het ruimtelijk beeld dat iemand van een bepaald gebied in zijn geheugen heeft opgeslagen; dit verschilt per persoon en is subjectief
- perceptie
- de manier waarop je iets waarneemt, ervaart en beoordeelt
- stereotiepe beeld
- een algemene karakterisering van een gebied of van een groep mensen die niet met de werkelijkheid overeenkomt
- dynamiek
- voortdurende verandering in een (eco)systeem
- ecosysteem
- een ruimtelijk systeem waarin levende (dieren en planten) en niet-levende elementen (lucht, water en bodem) op natuurlijke wijze met elkaar verbonden en in evenwicht zijn (kringlopen), bijvoorbeeld een tropisch regenwoud
- etages
- verdiepingen in een tropisch regenwoud die zich onderscheiden door het type begroeiing, luchtvochtigheid, hoeveelheid zonlicht en soorten levensvormen
- koolstofkringloop
- de continue verplaatsing van koolstof tussen de atmosfeer, hydrosfeer, biosfeer en lithosfeer
- waterbalans
- de hoeveelheid water die een gebied binnenkomt en uitgaat
- waterkringloop
- de hydrologische kringloop: de cyclus waarbij water van de lucht op aarde komt (neerslag) en daarvandaan uiteindelijk middels verdamping weer terugkeert in de atmosfeer
- commerciële houtkap
- het kappen van bomen met als doel deze te verkopen
- illegale houtkap
- door de wet niet-toegestane kap van bomen
- landdegradatie
- afname van de kwaliteit van de bodem of ondergrond door processen als versnelde bodemerosie, verdroging en verzilting
- ontginning
- het geschikt maken van een stuk land voor andere activiteiten, zoals land- of mijnbouw
- verdroging
- een daling van de grondwaterspiegel met als gevolg een afname van de soortenrijkdom
- duurzaam landgebruik
- landgebruik gericht op behoud van de kwaliteit van de bodem
- landrechten voor de oorspronkelijke bevolking
- wetgeving waarin is vastgesteld welke stukken grond toebehoren aan de oorspronkelijke bevolking (toevoeging: in veel gevallen, waaronder in de GB, wordt vaak gesproken over ‘inheemse bevolking’, maar vanuit Braziliaans perspectief is ‘inheems’ niet gewenst en heeft het een negatieve lading. Daarom is gekozen voor ‘oorspronkelijk’.)
- ngo
- niet-gouvernementele organisatie die buiten overheden om direct met belangengroepen werkt
- buitenlandse investeringen/
FDI (Foreign Direct Investments) - investeringen door buitenlandse bedrijven
- Gini-coëfficiënt
- maat voor de inkomensongelijkheid in een gebied, waarbij 0 overeenkomt met volledige inkomensgelijkheid en 1 met maximale inkomensongelijkheid
- good governance
- een transparante manier van besturen, waarbij de bevolking over middelen beschikt om het regeringsbeleid te controleren en te beoordelen
- handelsbalans
- een overzicht van de waarde van de in- en uitvoer van goederen van een land
- import- en exportpakket
- de samenstelling van de ingevoerde en uitgevoerde producten
- informele sector
- ongeregistreerde economische activiteiten
- politieke polarisatie
- het groeien van de tegenstellingen tussen verschillende politieke stromingen