Biologie Voeding en Vertering
Publiek
0keer geoefend
Woorden in deze lijst (64)
Origineel
- conserveermiddel
- stof die een voedingsmiddel langer houdbaar maakt
- conserveren
- voedsel langer houdbaar maken
- enzym
- eiwit dat reacties versnelt zonder zelf te worden verbruikt
- enzymactiviteit
- snelheid waarmee een enzym een reactie versnelt
- optimumkromme
- diagram van de enzymactiviteit met een minimum, een optimum en een maximum
- optimumtemperatuur
- temperatuur waarbij de enzymactiviteit optimaal is
- pasteuriseren
- een product gedurende korte tijd verhitten tot 72 graden
- pH
- zuurgraad, een lage pH betekent een hoge zuurgraad
- steriliseren
- een product verhitten tot 130, 140 graden
- voedselinfectie
- besmetting door ziekmakende bacteriën of schimmels in het voedsel
- voedselvergiftiging
- vergiftiging door giftige stoffen in het voedsel, die vrijkomen bij de afbraak door bacteriën en schimmels
- zuurgraad
- geeft aan of een stof, neutraal of basisch is
- beschermende stof
- stof die helpt om ziekten te voorkomen
- bouwstof
- stof die word gebruikt bij de vorming van cellen en weefsels
- brandstof
- stof die word verbruikt bij de verbranding
- eiwitten
- voedingsstoffen die vooral worden gebruikt als bouwstof, soms als brandstof
- koolhydraten
- voedingsstoffen die worden gebruikt als brandstof, bouwstof en reservestof
- mineralen
- voedingsstoffen die worden als bouwstof en beschermde stof
- onverzadigd vet
- zit vooral in plantaardige producten en vis, verkleint het risico op hart en vaatziekten dient vooral als bouwstof
- reservestof
- stof die word opgeslagen voor later
- verzadigd vet
- zit vooral in dierlijke producten en snacks, verhoogt het risico op hart en vaat ziekten
- vetten
- voedingsstoffen die vooral worden gebruikt als brandstof, die kan worden opgeslagen als reserverstof
- vitaminen
- voedingsstoffen die dienen als beschermende stof, worden aangeduid met een letter en soms een nummer
- voedingsmiddel
- product dat je eet en of drinkt
- voedingsstof
- bruikbaar bestandsdeel van voedingsmiddel
- voedingsvezel
- plantaardige stof die mensen niet kunnen verteren, bevordert de darmbewegingen en de stoelgang
- water
- voedingsstof die word gebruikt als bouwstof
- energieverbruik
- hoeveelheid energie die word gebruikt voor stofwisseling en lichamelijke activiteit samen
- grondstofwisseling
- energie die nodig is voor de stofwisseling van een lichaam in rust
- ondergewicht
- wanneer een persoon minder weegt dan gezond is
- ondervoeding
- tekort aan bepaalde voedingsstoffen
- overgewicht
- wanneer een persoon meer weegt dan gezond is
- overvoeding
- meer eten dan het lichaam nodig heeft aan energie
- schijf van vijf
- hulpmiddel om alle voedingsstoffen via voeding binnen te krijgen
- vermageren
- wanneer een persoon lichaamsgewicht verliest door een tekort aan energie via de voeding
- darmperistaltiek
- het afwisselend samentrekken van kring- en lengtespieren
- vertering
- het afbreken van voedingsstoffen die niet door de darmwand heen kunnen in verteringsproducten die wel door de darmwand heen kunnen en in het bloed kunnen worden opgenomen
- verteringsklieren
- maken verteringssappen die vaak enzymen bevatten
- verteringssap
- kan voedingsstoffen verteren
- alvleesklier
- produceert alvleessap
- alvleessap
- verteringssap dat bestaat uit verschillende enzymen die eiwitten, koolhydraten en vetten verteren
- anus
- kringspier die de uitgang van de endeldarm afsluit
- darmsap
- verteringssap dat bestaat uit verschillende enzymen die de vertering van eiwitten en koolhydraten afmaken
- dikke darm
- hier word een groot deel van het water aan de voedselbrij onttrokken, hierin leven veel bacteriën die helpen bij de vertering
- dunne darm
- hier word darmsap afgegeven aan de voedselbrij en word water met opgeloste voedingsstoffen en verteringsproducten opgenomen
- emulgeren
- grote vetdruppels verdelen in kleine vetdruppeltjes
- endeldarm
- slaat ontlasting op totdat je aandrang krijgt om te poepen
- gal
- vloeistof die vetten emulgeert
- lever
- produceert gal
- maag
- hier word voedsel gekneed en vermeng met maagsap
- maagportier
- kringspier die de uitgang van de maag afsluit
- maagsap
- verteringssap dat onder andere bestaat uit water, zoutzuur en een enzym dat eiwitten verteert
- maagsapklieren
- produceren maagsap
- maagzuur
- verteringssap dat zorg voor een lage pH in de maag, doodt bacteriën
- slokdarm
- hier word voedsel voortgeduwd naar de maag
- speeksel
- slijmerig verteringssap dat o.a bestaat uit water en een enzym dat zetmeel verteert, doodt bacteriën
- speekselklieren
- produceren speeksel
- twaalfvingerige darm
- hier worden gal en alvleessap afgegeven aan de voedselbrij
- verteringsenzymen
- breken voedingsstoffen af tot verteringsproducten die kunnen worden opgenomen in het bloed
- alleseter
- organisme dat zowel plantaardig als dierlijk voedsel eet
- knobbelkiezen
- kiezen met een knobbelig oppervlak malen voedsel fijn
- planteneter
- organisme dat plantaardig voedsel eet
- plooikiezen
- kiezen met harde richels van glazuur, malen voedsel fijn
- vleeseter
- organisme dat dierlijk voedsel eet