Begrippen: Werk en bedrijf
Publiek
Woorden in deze lijst (29)
Origineel
- produceren
- Het maken van goederen en het leveren van diensten.
- informele productie
- De onbetaalde en de niet-geregistreerde productie.
- formele productie
- De geregistreerde en betaalde productie door bedrijven en de overheid.
- productiefactoren
- Arbeid, kapitaalgoederen, natuur; de middelen waarmee geproduceerd wordt.
- kapitaalgoederen
- Hulpmiddelen bij de productie.
- investeren
- Het aanschaffen van kapitaalgoederen door bedrijven of de overheid.
- kapitaalintensief
- Er wordt geproduceerd met in verhouding veel kapitaalgoederen en weinig arbeid.
- arbeidsintensief
- Er wordt geproduceerd met in verhouding veel arbeid en weinig kapitaalgoederen.
- halffabricaat
- Product van een bedrijf dat verder verwerkt wordt door andere bedrijven.
- groothandel
- Bedrijven die ervoor zorgen dat de producten van de fabrikant in de winkels terechtkomen.
- detailhandel
- Bedrijven die producten verkopen aan de consument.
- bedrijfskolom
- De bedrijven die achtereenvolgens betrokken zijn bij de productie van één product.
- toegevoegde waarde
- Het verschil tussen de verkoopopbrengst van het product en de benodigde inkopen.
- bedrijfstak
- Een groep bedrijven die dezelfde rol vervult in het productieproces.
- individuele arbeidsovereenkomst
- Overeenkomst tussen een werkgever en een werknemer over het verrichten van arbeid.
- arbeidsvoorwaarden
- De rechten en plichten van de werkgever en de werknemer.
- flexwerkers
- Mensen met een tijdelijke arbeidsovereenkomst.
- proeftijd
- Periode waarin de werknemer zonder opgaaf van redenen ontslag mag krijgen en ontslag mag nemen.
- opzegtermijn
- De periode die verplicht is tussen het opzeggen van een overeenkomst en het einde van de overeenkomst.
- collectieve arbeidsovereenkomst (cao)
- Afspraken tussen werkgevers en vakbonden over de arbeidsvoorwaarden van een grote groep werknemers.
- functie
- Het soort werk dat de werknemer moet verrichten.
- loonschaal
- Tabel met de lonen die horen bij een functie in een bedrijf of instelling.
- loondienst
- Met een vast of tijdelijk arbeidscontract werken voor een werkgever.
- eenmanszaak
- Onderneming met één eigenaar die volledig aansprakelijk is.
- vennootschap onder firma (vof)
- Onderneming met twee of meer eigenaren die volledig aansprakelijk zijn.
- besloten vennootschap (bv)
- Onderneming waarbij de aandeelhouders eigenaar zijn. De aandelen worden niet openbaar verkocht.
- aandeel
- Bewijs van eigendom van een bedrijf.
- naamloze vennootschap (nv)
- Onderneming waarbij de aandeelhouders eigenaar zijn. De aandelen worden openbaar verkocht.
- stichting
- Organisatie met een ander doel dan winst maken.