Unit 4 word list
Publiek
1
Woorden in deze lijst (57)
Origineel
- changing room
- kleedkamer
- coach
- coach /
trainer - court
- baan /
veld - locker
- kluisje
- match
- wedstrijd
- practice
- training /
oefening - prize
- prijs
- track
- baan /
atletiekbaan - beat
- verslaan
- catch
- vangen
- collect
- verzamelen
- compete
- meedoen /
concurreren - hit
- slaan /
raken - kick
- schoppen /
trappen - lose
- verliezen
- practise
- oefenen /
trainen - race
- racen
- score
- scoren
- train
- trainen
- win
- winnen
- goggles
- zwembril
- helmet
- helm
- net
- net
- racket
- racket
- trainers
- sportschoenen
- wetsuit
- wetsuit /
duikpak - competitor
- deelnemer /
tegenstander - goal
- doelpunt
- player
- speler
- point
- punt
- record
- record
- result
- resultaat
- equipment
- uitrusting /
materiaal - event
- evenement
- keep going
- doorgaan
- knock down
- omver gooien
- run
- rennen
- take part
- deelnemen
- take place
- plaatsvinden
- take something seriously
- iets serieus nemen
- backhand
- backhand
- capoeira
- capoeira
- field
- veld
- float
- drijven
- forehand
- forehand
- gymnastics
- gymnastiek
- individual (game)
- individueel (spel)
- inflatable
- opblaasbaar
- informal
- informeel
- juggle
- jongleren
- opponent
- tegenstander
- professional
- professional
- shot
- schot
- teammate
- teamgenoot
- trampoline
- trampoline
- underwater
- onder water
- wrestling
- worstelen