Begrippen van Landbouw in klimaten A, B, C, D en E
Publiek
Woorden in deze lijst (20)
Origineel
- A-klimaten
- Klimaten die meestal warm zijn en veel neerslag hebben, met een zeer lang groeiseizoen.
- Aquifers
- Ondergrondse waterhoudende lagen, vaak met fossiel water, waarvan het grondwater bij oppompen uitgeput kan raken.
- B-klimaten
- Klimaten met weinig neerslag en hoge verdamping, waardoor irrigatie vaak noodzakelijk is voor landbouw.
- Bodemerosie
- Het wegspoelen of wegwaaien van bodemdeeltjes, vaak een gevolg van ontbossing, grootschalige landbouw of onverantwoorde irrigatie.
- Bodemuitputting
- Het proces waarbij de bodem snel uitgeput raakt van mineralen, vaak door uitspoeling als gevolg van veel neerslag en landbouw.
- Bodemverdichting
- Het dichtrijden van de grond door zware machines of vee, wat de fysische vruchtbaarheid beïnvloedt en de bodem minder water en lucht laat vasthouden.
- C-klimaten
- Zeeklimaten met milde winters en voldoende neerslag, wat resulteert in een lang groeiseizoen.
- D-klimaten
- Continentale klimaten gekenmerkt door strenge winters en korte zomers, met een kort groeiseizoen.
- E-klimaten
- De koudste klimaten met extreme kou en vaak permafrost, waardoor er nauwelijks een groeiseizoen is.
- Extensieve veeteelt
- Een vorm van veeteelt waarbij weinig dieren per hectare worden gehouden, vaak gericht op vlees of leer.
- Intensieve akkerbouw
- Een vorm van landbouw gericht op een hoge opbrengst per hectare, vaak met veel input zoals mest en bestrijdingsmiddelen.
- Irrigatie
- Het kunstmatig toevoeren van water aan landbouwgewassen, vaak noodzakelijk in droge seizoenen of klimaten.
- Köppen-classificatie
- Een systeem voor het indelen van klimaten in categorieën zoals A, B, C, D en E.
- Mestoverschot
- Een situatie waarin er te veel mest op het land wordt uitgereden, wat schadelijk kan zijn voor de bodem en de atmosfeer.
- Misoogst
- Het mislukken van een oogst, bijvoorbeeld door onverwachte vroege vorst.
- Overbeweiding
- Het houden van te veel vee op een te klein gebied, waardoor alle planten worden opgegeten en de bodem niet meer vastgehouden kan worden.
- Permafrost
- Permanent bevroren ondergrond die voorkomt in zeer koude klimaten, zoals de E-klimaten.
- Plantagelandbouw
- Gespecialiseerde landbouw met een zeer hoge opbrengst per oogst, soms meerdere oogsten per jaar.
- Verzilting
- Het proces waarbij zout zich ophoopt in de bodem, vaak door verdamping van irrigatiewater of capillaire werking van grondwater.
- Watervervuiling
- De verontreiniging van water door bijvoorbeeld bestrijdingsmiddelen of mest afkomstig van intensieve landbouw.
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–