1. Iran
Publiek
Woorden in deze lijst (64)
Origineel
- aantrekkingsfactor
- Reden die een gebied aantrekkelijk maakt voor migranten. Heet ook wel pullfactor.
- absolute afstand
- De afstand die je meet langs een rechte lijn (hemelsbreed).
- absolute ligging
- De coördinaten van een plaats (N.B./
Z.B. en W.L./ O.L.). - afstotingsfactor
- Reden om te verhuizen uit een bepaald gebied. Heet ook wel pushfactor.
- bevolkingsdichtheid
- Het gemiddelde aantal inwoners per vierkante kilometer (inw/
km²). - bevolkingsspreiding
- De verdeling van mensen over een land of gebied.
- binnenlandse migratie
- Verhuizen binnen een land.
- braindrain
- Het vertrek van goedopgeleide mensen naar het buitenland.
- breedtecirkel
- Cirkel die plaatsen van gelijke breedteligging verbindt. Heet ook parallel.
- breedteligging
- De afstand van een plaats tot de evenaar.
- buitenlandse migratie
- Verhuizen van het ene land naar het andere.
- cartograaf
- Kaartenmaker.
- economische migrant
- Iemand die verhuist om economische redenen.
- eeuwige sneeuw
- Gebied waar altijd sneeuw ligt.
- emigrant
- Iemand die verhuist naar een ander land.
- evenaar
- Lijn die de aardbol in twee helften verdeelt: het noordelijk halfrond en het zuidelijk halfrond.
- generaliseren
- Dingen weglaten bij het maken van een kaart.
- geografie
- Het bestuderen van gebieden. Heet ook aardrijkskunde.
- heuveland
- Gebied met een hoogteligging tussen 200 en 500 m.
- hoge breedte
- De ligging van een plaats ver van de evenaar (meer dan 60°).
- hooggebergte
- Berggebied met toppen die hoger zijn dan 1.500 m.
- hoogtezone
- Zone van plantengroei in een gebergte.
- hoogteligging
- De ligging van een gebied in meters onder of boven zeeniveau.
- immigrant
- Iemand die vanuit een ander land binnenkomt in een nieuw land.
- inzoomen
- De aarde dichterbij halen/
het verkleinen van een gebied: van een groot gebied naar een kleiner gebied. - kaart
- Een verkleinde tekening van een gebied.
- kaartlezen
- Begrijpen wat op een kaart staat. Daarvoor heb je vier dingen nodig: de titel, de legenda, de noordpijl en de schaal.
- laagland
- Gebied met een hoogteligging lager dan 200 m.
- lage breedte
- De ligging van een plaats dicht bij de evenaar (minder dan 30°).
- legenda
- Uitleg van de betekenis van de kleuren en de symbolen op een kaart.
- lengteligging
- De afstand van een plaats tot de nulmeridiaan.
- meridiaan
- Cirkel die plaatsen van gelijke lengteligging verbindt.
- middelgebergte
- Gebied waar de meeste bergtoppen tussen de 500 en de 1.500 m hoog zijn.
- migrant
- Iemand die verhuist naar een plek buiten zijn eigen woonplaats.
- migratie
- Het verhuizen van de ene woonplaats naar een andere woonplaats.
- migratiesaldo
- De som van vestiging en vertrek.
- noordelijk halfrond
- De bovenste helft van de aardbol.
- noorderbreedte
- Breedteligging op het noordelijk halfrond. Wordt afgekort als N.B.
- Noordpool
- De noordelijkste plek op aarde.
- nulmeridiaan
- De lengtecirkel die over Greenwich (bij Londen) loopt.
- oosterlengte
- Afstand tot de nulmeridiaan van een plaats ten oosten ervan. Wordt afgekort als O.L.
- overzichtskaart
- Kaart met een overzicht van de topografie in een bepaald gebied: steden, rivieren, zeeën, bergen, wegen en spoorlijnen.
- parallel
- Zie breedtecirkel.
- plattegrond
- Een kaart van een wijk, een dorp of een stad met alle straten en huizenblokken erop.
- politieke migrant
- Iemand die verhuist om politieke redenen.
- pullfactor
- Reden die een gebied aantrekkelijk maakt voor migranten.
- pushfactor
- Reden om te verhuizen uit een bepaald gebied.
- relatieve afstand
- De afstand die je meet in reistijd.
- reliëf
- Hoogteverschillen in het landschap.
- schaal
- Geeft aan hoeveel een gebied op een kaart is verkleind.
- schaalniveau
- De schaal waarop je naar de wereld kijkt: lokaal, regionaal, nationaal, continentaal of mondiaal.
- sociale bevolkingsgroei
- Verandering van het bevolkingsaantal door vestiging min vertrek.
- sociale migrant
- Iemand die verhuist om sociale redenen.
- thematische kaart
- Kaart die over één onderwerp gaat, bijvoorbeeld het klimaat.
- tijdzone
- Een gebied op aarde met dezelfde tijd.
- topografie
- Beschrijving van plaatsen of gebieden (steden, rivieren, zeeën, bergen, enzovoort).
- uitzoomen
- Steeds verder weg van de aarde/
Het vergroten van een gebied: van een klein gebied naar een groter gebied. - vertrekoverschot
- Er vertrekken meer mensen uit een gebied dan dat er mensen vestigen.
- vestigingsoverschot
- Er vestigen zich meer mensen in een gebied dan dat er mensen vertrekken.
- vluchteling
- Iemand die zijn land verlaat om politieke redenen.
- westerlengte
- Afstand tot de nulmeridiaan van een plaats ten westen ervan. Wordt afgekort als W.L.
- zuidelijk halfrond
- De onderste helft van de aardbol.
- zuiderbreedte
- Breedteligging op het zuidelijk halfrond. Wordt afgekort als Z.B.
- Zuidpool
- De zuidelijkste plek op aarde.