Unit 4 vocabulary
Publiek
Woorden in deze lijst (108)
Origineel
- screaming
- gillend
- unlike
- in tegenstelling tot
- committed
- geëngageerd
- lodger
- huurder
- take notice
- opletten
- coordination
- coördinatie
- sights
- bezienswaardigheden
- persuade
- overreden /
overtuigen - feast
- feest
- coach
- touringcar
- community
- gemeenschap
- company
- gezelschap
- mate
- kameraad
- referee
- scheidsrechter
- rival
- rivaal
- role model
- rolmodel
- cheer sb up
- iem. opvrolijken
- fall out (with sb)
- (tegen iem.) uitvallen
- get away (from sb/
sth) - (van iem/
iets weggaan) - get on (with sb)
- (met iem.) kunnen vinen
- get sb down
- iem. down maken
- go through sth
- iets doorgaan
- stick to sth
- bij iets blijven
- take sth up
- iets opnemen
- talk sth over
- iets bespreken
- addicted to
- verslaafd aan
- afraid of
- bang voor
- anxious about
- bezorgd over
- bad at
- slecht in
- bored of
- verveeld van
- brilliant at
- briljant in
- capable of
- in staat om
- embarrassed about
- beschaamd over
- enthusiastic about
- enthousiast over
- fed up with
- beu zijn
- frightened of
- geschrokken van
- good at
- goed in
- happy about
- verheugd over
- hopeless at
- hopeloos in
- keen on
- enthousiast over
- popular with
- geliefd bij
- proud of
- trots op
- sad about
- verdrietig over
- stressed about
- gestresst over
- worried about
- bezorgd over
- active
- actief
- ambitious
- ambitieus
- anxious
- bezorgd
- competitive
- competitief
- confident
- zelfverzekerd
- creative
- creatief
- outgoing
- extravert
- sensible
- verstandig
- sensitive
- gevoelig
- aggression
- agressie
- aggressive
- agressief
- curiosity
- nieuwsgierigheid
- curious
- merkwaardig
- depend
- rekenen (op)
- (in)dependent
- (on)afhankelijk
- generosity
- vrijgevigheid
- generous
- edelmoedig
- patience
- geduld
- (im)patient
- (on)geduldig
- sense
- gevoel /
voelen - sensitive/
sensible - gevoelig/
gevoelig - decisive
- resoluut /
daadkrachtig - indecisive
- besluiteloos
- logical
- logisch
- illogical
- onlogisch
- obedient
- gehoorzaam
- disobedient
- ongehoorzaam
- pleasant
- plezierig
- unpleasant
- vervelend
- possible
- mogelijk
- impossible
- onmogelijk
- responsible
- verantwoordelijk
- irresponsible
- onverantwoordelijk
- bruise
- kneuzing
- conserve
- bewaren
- courage
- lef
- gadget
- gadget
- homesick
- heimwee
- honour
- eer
- intense
- enorm /
intens - keep sth to yourself
- iets voor je houden
- leave sb alone
- iem. met rust laten
- optimistic
- optimistisch
- packed
- vol
- possessions (pl)
- bezittingen (meervoud)
- rush
- rennen
- scholarship
- studiebeurs
- sprint
- sprint
- sth doesn’t matter
- iets maakt niet uit
- stand
- tribune
- stretcher
- draagbaar
- way better
- veel beter
- championship
- kampioenschap
- compete
- meedoen
- competition
- competitie
- competitor
- mededinger /
deelnemer - consumer society
- consumptiemaatschappij
- contest
- wedstrijd
- multicultural
- multicultureel
- opponent
- tegenstander
- personal relationship
- persoonlijke relatie
- qualify
- kwalificeren
- victory
- zege