Begrippen
Publiek
Woorden in deze lijst (31)
Origineel
- aanlandige wind
- Wind die vanaf zee naar land waait.
- aardas
- Denkbeeldige lijn dwars door de aardbol, van de Noordpool naar de Zuidpool.
- aflandige wind
- Wind die vanaf land naar zee waait.
- A-klimaat/
tropisch klimaat - Warm en vochtig klimaat. De gemiddelde temperatuur van de koudste maand is niet lager dan 18 °C.
- B-klimaat/
droog klimaat - Klimaat met weinig neerslag.
- breedteligging
- Afstand tot de evenaar, uitgedrukt in graden N.B. (noorderbreedte) of Z.B. (zuiderbreedte).
- broeikaseffect
- Het vasthouden van warmte door broeikasgassen in de atmosfeer.
- broeikasgas
- Gas dat in de atmosfeer bijdraagt aan het broeikaseffect.
- BS-klimaat/
steppeklimaat - Klimaat met weinig neerslag, waardoor er geen bomen kunnen groeien.
- BW-klimaat/
woestijnklimaat - Klimaat met zeer weinig neerslag, waardoor er bijna niets kan groeien.
- C-klimaat/
gematigd klimaat - Gematigd klimaat met zachte winters. De gemiddelde temperatuur van de koudste maand ligt tussen −3 °C en 18 °C, de gemiddelde temperatuur van de warmste maand is hoger dan 10 °C.
- condenseren
- Proces waarbij gas in een vloeistof verandert. Bijvoorbeeld: waterdamp wordt water.
- D-klimaat/
landklimaat - Klimaat met hete zomers en koude winters. De gemiddelde temperatuur van de koudste maand is lager dan −3 °C, de gemiddelde temperatuur van de warmste maand is hoger dan 10 °C.
- E-klimaat/
poolklimaat - Zeer koud klimaat. De gemiddelde temperatuur van de koudste maand is lager dan −3 °C, de gemiddelde temperatuur van de warmste maand is niet hoger dan 10 °C.
- EF-klimaat/
sneeuwklimaat - Klimaat met het hele jaar sneeuw. Er is geen begroeiing.
- EH-klimaat/
hooggebergteklimaat - Klimaat op grote hoogten in de hooggebergten. Het is er het hele jaar ijskoud en de grond is er vaak het hele jaar bevroren. Er is nauwelijks plantengroei en er valt veel neerslag, meestal in de vorm van sneeuw.
- ET-klimaat/
toendraklimaat - Klimaat in het noorden van Europa. De bodem is het grootste deel van het jaar bevroren of met sneeuw bedekt. De gemiddelde temperatuur van de warmste maand is lager dan 10 °C. De begroeiing bestaat uit grassen, mossen en lage struiken.
- frontale neerslag
- Neerslag die ontstaat doordat lucht omhoog geduwd wordt bij een botsing van koude en warme lucht.
- invalshoek
- Hoek tussen zonnestralen en aardoppervlak.
- klimaat
- Het gemiddelde weer van een groot gebied gemeten over dertig jaar of meer.
- klimaatgebied
- Gebied met hetzelfde klimaat.
- klimaatgrafiek
- Grafiek met daarin de gemiddelde temperatuur en de gemiddelde neerslag per maand over minimaal dertig jaar.
- lijzijde
- Kant van een gebergte waar de lucht daalt (de droge kant).
- loefzijde
- Kant van een gebergte waar lucht gedwongen wordt te stijgen (de natte kant).
- neerslag
- Water in vaste of vloeibare vorm dat uit de atmosfeer op de aarde neerslaat.
- permafrost
- De altijd bevroren ondergrond in het toendraklimaat. In de zomer ontdooit de bovenlaag, maar de ondergrond is altijd bevroren.
- regenschaduw
- Het droge gebied aan de lijzijde van een berg.
- stijgingsneerslag
- Neerslag die ontstaat doordat lucht bij hoge temperaturen opstijgt.
- stuwingsneerslag
- Neerslag die ontstaat doordat lucht tegen een gebergte opstijgt.
- waterdamp
- Water in de gasfase.
- weer
- Toestand van de atmosfeer op een bepaald moment en op een bepaalde plaats. Eigenschappen die bij het weer horen zijn bijvoorbeeld neerslag en temperatuur.