Hoofdstuk 6: Elektriciteit
Publiek
Woorden in deze lijst (24)
Origineel
- Aardlekschakelaar
- Een onderdeel van de huisinstallatie dat de stroom uitschakelt bij een lekstroom
- Elektrische stroom
- Elektrische deeltjes die van de ene naar de andere pool bewegen
- Geleider
- Een stof waar elektrische stroom gemakkelijk doorheen kan
- Gesloten stroomkring
- Een stroomkring die niet onderbroken is. Er kan dan een elektrische stroom lopen.
- Groep
- Een verzameling stopcontacten en lichtpunten die op één zekering zijn aangesloten
- Hoofdkabel
- De hoofdkabel verbindt de huisinstallatie met het energiebedrijf.
- Huisinstallatie
- De elektrische installatie in huis
- Isolator
- Een stof waar elektrische stroom niet doorheen kan
- Kortsluiting
- Een rechtstreekse verbinding tussen de polen van een spanningsbron
- Lekstroom
- De stroom die via de grond de stroomkring verlaat
- Onderbroken stroomkring
- Een stroomkring die onderbroken is. Er loopt dan geen stroom.
- Overbelasting
- Als er te veel stroom door een groep gaat.
- Parallelschakeling
- Een schakeling met apparaten naast elkaar met ieder apparaat een eigen stroomkring
- Pluspool,minpool
- De aansluitpunten van accu's en batterijen
- Schakelaar
- Onderdeel dat de stroomkring kan onderbreken
- Schakeling
- Een schakeling bestaat uit elektrische onderdelen die met elkaar zijn verbonden.
- Schakelschema
- Een eenvoudige tekening van een schakeling waarin je symbolen gebruikt
- Serieschakeling
- Een schakeling met apparaten achter elkaar met alle apparaten in dezelfde stroomkring
- Spanning
- De spanning bepaalt hoeveel energie een spanningsbron kan leveren.
- Spanningsbron
- De stroomsterkte zorgt voor de energie die een apparaat nodig heeft om te werken.
- Stroomsterkte
- De grootte van de elektrische stroom
- Vermogen
- De hoeveelheid energie die een apparaat per seconde gebruikt
- Zekering
- Een zekering schakelt de stroom uit bij overbelasting en kortsluiting.
- Hoofdstroom
- Stroomsterkte bij de batterij