Hoofdstuk 2 | Opbouw en afbraak
Publiek
Woorden in deze lijst (49)
Origineel
- aardbeving
- Trilling van de aardkorst door verschuiving van aardplaten.
- aardkern
- Binnenste van de aarde, bestaande uit vast metaal met daaromheen vloeibaar metaal.
- aardkorst
- De buitenste, vaste laag van de aarde.
- aardmantel
- Laag van het gesteente tussen de aardkorst en de aardkern.
- aardplaat
- Los deel van de aardkorst dat langzaam beweegt op de aardmantel.
- breuklijn
- Grens tussen twee aardplaten.
- continentale korst
- Lichtere, dikke aardkorst die meestal onder land ligt.
- convergente breuk
- Grens tussen twee aardplaten die naar elkaar toe bewegen.
- divergente breuk
- Grens tussen twee aardplaten die uit elkaar bewegen.
- geologie
- Wetenschap die de bouw en de geschiedenis van de aarde bestudeert.
- magma
- Gesmolten steen in de aardmantel.
- oceanische korst
- Zware, dunne, vaste aardkorst die meestal onder de oceaan ligt.
- platentektoniek
- Proces waarbij aardplaten over het magma bewegen.
- schol
- Zie aardplaat.
- transforme breuk
- Breuk tussen twee aardplaten die langs elkaar schuiven.
- hotspot
- Vulkaan die is ontstaan doordat magma op een extra hete plek in de aardmantel door de aardkorst breekt.
- kegel
- Berg van gestolde lava, modder en steen.
- krater
- Opening boven in de kegel van een vulkaan.
- lava
- Heet gesteente (magma) dat aan het aardoppervlak komt.
- magmakamer
- Grote ruimte diep in de aardkorst vol met magma.
- mid-oceanische rug
- Een gebergte op een divergente breuk in de oceaan.
- schildvulkaan
- Vulkaan met een flauwe helling en dunne lava.
- spleeteruptie
- Een opening tussen twee platen over een grote lengte waar lava uit komt.
- stratovulkaan
- Explosieve vulkaan met een steile helling en taaie lava.
- subductie
- Het duiken van zware oceanische korst onder lichtere continentale korst.
- trog
- Extreem diepe strook in zee die is ontstaan bij subductie.
- vulkaan
- Berg die is opgebouwd uit materiaal dat uit het binnenste van de aarde is uitgeworpen of uitgevloeid.
- chemische verwering
- Verwering waarbij de eigenschappen van het verweringsmateriaal veranderen.
- heuvelland
- Gebied met heuvels tussen de 200 en 500 meter hoog.
- hooggebergte
- Gebied met bergen boven de 1.500 meter.
- laagland
- Gebied lager dan 200 meter.
- mechanische verwering
- Verwering waarbij de eigenschappen van het verweringsmateriaal niet veranderen.
- middelgebergte
- Gebied met bergen tussen de 500 en 1.500 meter hoog.
- reliëf
- Verschil in hoogte in het landschap.
- verwering
- Het afbreken van gesteente door temperatuurverschillen, water en plantenwortels.
- verweringsmateriaal
- Materiaal dat door afbraak is ontstaan.
- vlakte
- Een gebied met heel weinig reliëf.
- eolisch sediment
- Materiaal dat door de wind is afgezet.
- erosie
- Het afschuren van gesteente door verweringsmateriaal in stromend water, bewegend ijs of de wind.
- fluviatiel sediment
- Materiaal dat door de rivier is afgezet.
- glaciaal sediment
- Materiaal dat door een gletsjer is afgezet.
- kusterosie
- Proces waarbij de kust wordt afgebroken onder invloed van golven en zwaartekracht.
- löss
- Heel fijn zand dat is afgezet door de wind.
- morene
- Ophoping van materiaal dat een gletsjer onderweg heeft meegenomen en na het smelten heeft achtergelaten.
- sediment
- Materiaal dat door een gletsjer, een rivier of de wind ergens wordt achtergelaten.
- sedimentatie
- Proces waarbij materiaal door een gletsjer, een rivier of de wind ergens wordt achtergelaten.
- stuwwal
- Door een gletsjer opgeduwde heuvel.
- hoogtelijn
- Lijn die punten van gelijke hoogte verbindt.
- isolijn
- Lijn die punten met een gelijke waarde verbindt.