bio stijders 2.0

Publiek
0
Woorden in deze lijst (55)
Origineel
- Adhesie
- onderlinge aantrekkingskracht tussen ongelijke moleculen zonder chemische binding
- Auxine
- plantenhormoon dat groei van bovengrondse delen regelt
- Bastvaten
- transportkanalen die vooral suikers vervoeren
- Callus
- wondweefsel bestaande uit ongedifferentieerde, totipotente cellen
- Cambium
- delingsweefsel waarin nieuwe plantencellen worden gevormd
- Capillaire werking
- opstijging van water in nauwe buizen door aantrekkingskracht tussen moleculen
- Celdifferentiatie
- proces waarbij cellen verschillende vormen en functies krijgen
- Cellulose
- polysacharide uit glucose; belangrijk bestanddeel van celwanden
- Celspecialisatie
- proces waarbij cellen een specifieke bouw en functie krijgen
- Celstrekking
- groei van een cel door opname van water in de vacuole
- Cohesie
- onderlinge aantrekkingskracht tussen gelijke moleculen zonder chemische binding
- Complete bloem
- bloem met kelkbladeren, kroonbladeren, meeldraden en stampers
- Cuticula
- waslaagje op de opperhuid van planten
- Endodermis
- binnenste laag van de schors die selectieve opname van stoffen regelt
- Enten
- vastmaken van een plantendeel op een andere plant
- Epidermis
- buitenste cellaag van wortel, stengel of blad
- Ethyleen
- plantenhormoon dat onder andere rijping van vruchten stimuleert
- Floëem
- bastvaten; transportweefsel voor suikers
- Fotoperiodiciteit
- reactie van planten op verschillen in daglengte
- Fototropie
- groeireactie van planten op licht
- Geotropie
- groeireactie van planten op zwaartekracht
- Houtvaten
- transportkanalen voor water en mineralen
- Huidmondjes
- regelbare openingen in de opperhuid voor gaswisseling
- Incomplete bloem
- bloem die een of meer bloemonderdelen mist
- Kelk
- buitenste krans van bloemblaadjes, meestal groen
- Kloon
- groep genetisch identieke individuen ontstaan door ongeslachtelijke voortplanting
- Kroon
- binnenste krans van bloemblaadjes
- Kruisbestuiving
- bestuiving met stuifmeel van een andere plant van dezelfde soort
- Lignine
- houtstof die celwanden verstevigt
- Meristemen
- plaatsen in de plant waar actieve celdeling plaatsvindt
- Mitose
- kerndeling waarbij twee genetisch identieke kernen ontstaan
- Ongeslachtelijke voortplanting
- voortplanting zonder meiose en bevruchting
- Parenchym
- vulweefsel met dunwandige cellen die zich kunnen delen
- Pollen
- stuifmeel
- Polyploïdie
- situatie waarbij meer dan twee chromosomensets aanwezig zijn
- Primaire celwand
- eerste cellulosehoudende celwand die na de celdeling ontstaat
- Sacharose
- disacharide opgebouwd uit glucose en fructose
- Secundaire celwand
- extra verdikkingslaag van de celwand, vaak rijk aan lignine
- Sluitcel
- epidermiscel die een huidmondje opent of sluit
- Stamcel
- ongespecialiseerde cel die kan uitgroeien tot verschillende celtypen
- Stamper
- vrouwelijk voortplantingsorgaan van een bloem
- Stuifmeelbuis
- buis waardoor de mannelijke kernen naar de eicel worden vervoerd
- Vaatbundel
- bundel van houtvaten, bastvaten en ondersteunend weefsel
- Voorjaarshout
- hout met wijde vaten en dunne wanden gevormd in het voorjaar
- Vruchtbeginsel
- deel van de stamper dat zaadbeginsels bevat
- Waterpotentiaal
- maat voor de energietoestand van water die de waterverplaatsing bepaalt
- Weefselkweek
- opkweken van nieuwe planten uit een stukje plantweefsel
- Worteldruk
- druk in houtvaten veroorzaakt door actief zouttransport en osmose
- Wortelharen
- uitstulpingen van epidermiscellen die water en mineralen opnemen
- Xyleem
- houtvaten; transportweefsel voor water en mineralen
- Zaadbeginsel
- structuur met een eicel die na bevruchting een zaad vormt
- Zeefplaat
- opening in de dwarswand van bastvaten
- Zelfbestuiving
- bestuiving waarbij stuifmeel van dezelfde plant op de stempel terechtkomt
- Zomerhout
- hout met nauwe vaten en dikke wanden gevormd in de zomer
- Zeefvat
- bastvat; transportkanaal voor suikers in de plant