Aardrijkskunde H1.4 Aarde
Publiek
1keer geoefend
Woorden in deze lijst (22)
Origineel
- bekken
- Lagere delen in de aardplaten die door de verschillende rek- en compressiekrachten in de platen als geheel langzaam naar beneden bewegen of een laagte vormen.
- compressie
- Proces van samendrukking dat ontstaat door het naar elkaar toe bewegen van lithosferische platen.
- convectiestroom
- De zeer langzame beweging van mantelmateriaal in de aarde.
- convergente plaatgrens
- Grens tussen twee platen die naar elkaar toe bewegen.
- divergente plaatgrens
- Grens tussen twee platen die van elkaar af bewegen.
- effusieve eruptie
- Rustige vulkaanuitbarsting van magma met weinig tot geen water erin. Dit magma heeft vaak een wat lager silicagehalte, waardoor de viscositeit ook lager is.
- explosieve eruptie
- Heftige vulkaanuitbarsting van magma met water erin, onder invloed van hoge druk (door waterdamp) in de magmakamer. Dit magma heeft vaak een wat hoger silicagehalte, waardoor de viscositeit ook hoger is.
- horst
- Hoger gelegen gebied tussen twee breuken.
- paleogeografie
- Wetenschap die de ligging en de beweging van aardplaten, en de daarmee samenhangende verdeling van land en zee en de ligging van gebergten, rivieren en kustlijnen door de geologische tijd heen bestudeert.
- platentektoniek
- De processen waarbij platen ontstaan, bewegen en verdwijnen.
- plooiingsgebergte
- Gebergte dat is ontstaan door de plooiing van delen van de aardkorst door compressie.
- rek
- Proces van oprekken van een lithosferische plaat.
- ridge push
- Het proces dat onder invloed van de zwaartekracht de oceanische plaat van de hete en hoog liggende mid-oceanische rug afglijdt, over de asthenosfeer.
- riftschouder
- Een langgerekte, bergachtige, hoger liggende zone, aan weerszijden van een riftvallei, die ontstaat onder invloed van de hitte van het magma vlak onder de lithosfeer.
- riftvallei
- Een langgerekte vallei die ontstaat, doordat bij een divergente plaatgrens blokken langs breuklijnen naar beneden zakken.
- slab pull
- Het proces dat onder invloed van de zwaartekracht een afgekoeld en zwaar geworden deel van een oceanische plaat wegzakt in de asthenosfeer. De oceanische plaat trekt daarbij een hele aardplaat mee. Dit is de belangrijkste aandrijvende kracht van de platentektoniek.
- slenk
- Een laagte die ontstaat doordat een blokvormig deel van de aardkorst wegzakt langs breukvlakken.
- subductie
- Het onder invloed van de zwaartekracht wegzakken van een oceanische plaat in de asthenosfeer, onder een andere plaat.
- subductiezone
- Het gebied waar een afgekoelde oceanische plaat door de zwaartekracht de mantel inzakt onder een andere oceanische plaat of onder een continentale plaat.
- transforme plaatgrens
- Grens waar platen langs elkaar schuiven.
- trog
- Langgerekte, diepe kloof langs de rand van duikende oceanische platen.
- vulkanisme
- Verschijnsel waarbij heet magma uit de diepe ondergrond naar boven beweegt.