Begrippen van Gesprekken voeren - Interview
Publiek
Woorden in deze lijst (45)
Origineel
- außerdem
- daarnaast
- Außerdem möchte ich gerne sprechen über.
- Bovendien wil ik graag spreken over.
- Bitte erzählen Sie mir über.
- Vertelt u me alstublieft over.
- Dagegen weil.
- Tegen omdat.
- dann
- dan
- Dann sind wir schon wieder bei meiner letzten Frage.
- Dan zijn we alweer bij mijn laatste vraag.
- Darf ich Ihnen ein paar Fragen stellen?
- Mag ik u een paar vragen stellen?
- Darf ich Sie interviewen?
- Mag ik u interviewen?
- Darüber bin ich mir nicht sicher.
- Da ben ik niet zeker over.
- Darüber muss oder möchte ich kurz nachdenken.
- Daarover moet ik of daarover wil ik kort over nadenken.
- Das ist eine sehr gute Frage.
- Dat is een zeer goede vraag.
- Das stimmt nicht.
- Dat stemt niet.
- Das stimmt.
- Dat stemt.
- Es gibt.
- Er is
- Es gibt.
- Er zijn
- Glauben Sie das?
- Gelooft u dat?
- Guten Tag, ich heiße.
- Goedemiddag, ik heet.
- Haben Sie schon mal von gehört?
- Hebt u al eens van gehoord?
- Haben Sie Zeit für ein kurzes Interview?
- Hebt u tijd voor een kort interview?
- Herzlich willkommen.
- Hartelijk welkom.
- hinzu
- erbij
- Ich bin dafür.
- Ik ben daarvoor.
- Ich glaube, dass.
- Ik geloof dat.
- Kennen Sie?
- Kent u?
- Können Sie mir mehr erzählen über?
- Kunt u mij meer vertellen over
- Könnten Sie mir bitte Ihre Frage wiederholen?
- Zou u alstublieft uw vraag kunnen herhalen?
- Lass uns über reden.
- Laten spreken over.
- Mein Interview geht über das Thema.
- Mijn interview gaat over het thema.
- Schön, dass ich Sie interviewen darf
- Wat fijn dat ik u mag interviewen
- Sehr gute Frage.
- Zeer goede vraag.
- Sind Sie dafür oder dagegen das.
- Bent u voor of tegen dat?
- und
- en
- Wann sind Sie geboren?
- Wanneer bent u geboren?
- Was haben Sie in gemacht?
- Wat heeft u in gedaan?
- Was ist Ihre Meinung dazu?
- Wat is uw mening daarover?
- Was machen Sie beruflich?
- Wat doet u van beroep?
- Wie alt sind Sie?
- Hoe oud bent u?
- Wie heißen Sie?
- Hoe heet u?
- Wie lange sind Sie tätig?
- Hoe lang bent u werkt?
- Wie oft?
- Hoe vaak?
- Wir starten mit der ersten Frage.
- We starten met de eerste vraag.
- Wo machen Sie?
- Waar doet u?
- Wo wohnen Sie?
- Waar woont u?
- zuerst
- Allereerst
- zum Schluss
- tot slot