Biologie hoofdstuk 10.3
Publiek
1
Woorden in deze lijst (18)
Origineel
- Bij transcriptie wordt lang een deel van een nucleotidenketen van een DNA-molecuul een RNA-molecuul gevormd door...
- het enzym RNA-polymerase
- wat bevat RNA in plaats van desoxyribose en thymide
- ribose en uracil
- Transcriptie
- RNA-polymerase bindt aan een promotor
- Template- of matrijsstreng
- de nucleotideketen waarlangs het mRNA ontstaat
- coderende streng
- de nucleotideketen die niet wordt gebruikt. Deze heeft dezelfde volgorde als de mRNA streng die ontstaat
- transcriptiefactoren
- eiwitten die nodig zijn om RNA-polymerase te binden aan de promotor
- er ontstaat een RNA keten in de...
- 5' -> 3' richting langs de DNA-keten
- wanneer stopt transcriptie
- als het stopcodon wordt bereikt
- messenger-RNA
- brengt informatie van het DNA voor het coderen van eiwitten naar de ribosomen
- Ribosomaal RNA
- is een bestanddeel van ribosomen
- Transfer-RNA
- bindt een aminozuur uit het cytoplasma en vervoert dat naar een ribosoom
- Bij eukaryoten wordt...
- het mRNA van de kern naar de ribosomen in het cytoplasma gevoerd.
- Bij prokaryoten
- het DNA bevindt zich in het cytoplasma
- RNA-processing
- Binas tabel 71H
- DNA en pre-mRNA bevat
- introns en exons
- Splicing
- introns worden uit het pre-mRNA geknipt en de exons worden aan elkaar gekoppeld. Hierdoor ontstaat mRNA dat de informatie bevat voor de synthese van een eiwit.
- Alternatieve splicing
- doordat er verschillende mogelijkheden zijn voor splicing, kunnen er uit één pre-mRNA-molecuul verschillende mRNA-moleculen worden gevormd
- Hoe kunnen transcriptiefactoren via histon-eiwitten de transcriptie reguleren?
- Transcriptiefactoren reguleren bij eukaryoten de transcriptie van genen. Histon-eiwitten kunnen de transcriptie van een gen blokkeren als het DNA compact rond het histon-eiwit is gewikkeld. Door histon-eiwitten te reguleren kunnen transcriptiefactoren het DNA losser (of compacter) maken rond de histon-eiwitten, en zo de transcriptie beïnvloeden.