Geologie
Publiek
Woorden in deze lijst (20)
Origineel
- Geologie
- De wetenschap die zich bezighoudt met het ontstaan en de veranderingen van de aardkorst.
- Geologische tijdschaal
- De indeling van de geologische geschiedenis in tijdperken, perioden en tijdvakken.
- Fossielen
- Versteende resten of afdrukken van planten en dieren die in de aardkorst zijn bewaard.
- Albedo
- De weerkaatsing van zonnestralen door een sneeuwdek.
- IJstijd (glaciaal)
- Een koude periode waarin zich op het land uitgestrekte ijskappen vormen.
- Interglacialen
- De warmere perioden tussen de glacialen.
- Firnbekken
- Een verzamelbekken van sneeuw hoog in de bergen.
- Firn
- Een soort korrelige sneeuw die ontstaat door het telkens ontdooien en bevriezen van de bovenste sneeuwlaag.
- Gletsjer
- Een firnbekken samen met een naar het dal schuivende ijstong.
- Gletsjerrivier
- Het begin van een rivier die ontstaat door smeltwater aan het eind van een gletsjertong.
- Erosie
- De grote schurende werking van gletsjers en landijs.
- Glaciale landschapsvormen
- Landschapsvormen die ontstaan door de schurende werking van gletsjers en landijs.
- Morene
- Puin dat door een gletsjer is vervoerd.
- Zijmorene
- Puin aan de zijkanten van een gletsjer.
- Middenmorene
- Morene die ontstaat op het punt waar twee gletsjers samenkomen.
- Eindmorene
- Puin dat de gletsjer in het ijs heeft meegenomen en aan de uiterste grens van het landijs heeft neergelegd.
- Grondmorene
- Sediment dat onder het ijs ligt en achterblijft als de gletsjer of het landijs smelt.
- Keileem
- Een mengsel van tot leem vermalen keien, vermengd met nog intact gebleven stenen.
- Trogdalen
- Diepe dalen in berggebieden met een U-vorm, uitgeschuurd door gletsjers.
- Fjorden
- Trogdalen die zijn ondergelopen met zeewater.
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–