8. De poolgebieden
Publiek
Woorden in deze lijst (49)
Origineel
- aanlandige wind
- Wind vanaf zee. Heet ook zeewind.
- aardas
- De denkbeeldige lijn van de Noordpool naar de Zuidpool.
- aardkorst
- Dunne laag gesteente om de aarde, met een dikte van gemiddeld 8 km onder oceanen en 35 km onder continenten.
- albedo
- De weerkaatsing van de atmosfeer en het aardoppervlak.
- albedo-effect
- Het effect dat zonlicht weerkaatst op het aardoppervlak.
- boomgrens
- Grens tussen een gebied waar nog wel bomen groeien en waar geen bomen meer kunnen groeien door de lage temperatuur (kouder dan 10 °C in de zomer). De lijn waarboven het te koud is voor boomgroei.
- breedteligging
- De afstand van een plaats tot de evenaar.
- broeikaseffect
- Het vasthouden van zonnewarmte door de dampkring.
- broeikasgas
- Gas in de atmosfeer – zoals waterdamp, koolstofdioxide, methaan, lachgas en ozon – dat warmte kan opnemen en geleidelijk weer kan afgeven, waardoor het bijdraagt aan het broeikaseffect.
- continentaal plat
- Het deel van de zeebodem dat aan een land grenst. Het punt waarop de zeebodem opeens steiler naar beneden gaat, is de grens van het continentaal plat.
- continentale plaat
- Plaat die bestaat uit een groot landoppervlak.
- dampkring
- De luchtlaag om ons heen. Heet ook atmosfeer.
- delfstof
- Grond- en brandstof die je uit de aarde haalt.
- divergentie
- Het uit elkaar drijven van platen.
- ecosysteem
- Het geheel van planten en dieren in een gebied en hoe ze in verhouding staan tot elkaar en hun omgeving.
- exclusieve economische zone (EEZ)
- Een strook van 200 zeemijl die wordt beheerd door de kuststaat en waar deze staat ook de visserijrechten heeft en het recht om grondstoffen te winnen.
- geologie
- Wetenschap die zich bezighoudt met het ontstaan en de veranderingen van de aardkorst.
- geologische tijdschaal
- De indeling van de geschiedenis van de aarde in geologische tijdperken.
- gletsjer
- Enorme ijsmassa die langzaam naar beneden schuift.
- grondstof
- Ruw materiaal (zoals ijzererts of cacaobonen) dat nog bewerkt moet worden om er een product van te maken.
- hoge breedte
- De ligging van een plaats ver van de evenaar (meer dan 60°).
- hogedrukgebied
- Gebied met dalende lucht, veel zon en weinig bewolking.
- ijstijd
- Koude periode waarin zich op het land uitgestrekte ijskappen vormen.
- interglaciaal
- Periode tussen twee ijstijden.
- isotherm
- Lijn die punten van gelijke temperatuur met elkaar verbindt.
- klimaat
- Het gemiddelde weer in een bepaald gebied over dertig of veertig jaar.
- lage breedte
- De ligging van een plaats dicht bij de evenaar (minder dan 30°).
- landijs
- Laag eeuwige sneeuw op het land die tot ijs is samengeperst.
- magma
- Heet, vloeibaar gesteente binnen in de aarde.
- middernachtzon
- Periode in de zomer in de poolstreken waarin de zon niet ondergaat.
- negatieve terugkoppeling
- Terugkoppeling die de opwarming van de aarde vertraagt; werkt als een soort buffer.
- oceanische plaat
- Plaat die bestaat uit een groot zeeoppervlak (oceaan).
- pakijs
- Massa op elkaar geschoven losse brokken zee-ijs (ijsschollen).
- Pangea
- Naam voor het oercontinent toen alle werelddelen aan elkaar vast lagen (zo'n 245 miljoen jaar geleden).
- permafrost
- Permanent bevroren ondergrond.
- polaire zone
- Het gebied ten noorden van 66½° N.B. en ten zuiden van 66½° Z.B.
- poolnacht
- Periode in de winter in de poolstreken waarin de zon niet opkomt.
- poolstreken
- Het gebied ten noorden van 66½° N.B. en ten zuiden van 66½° Z.B.
- positieve terugkoppeling
- Terugkoppeling die de opwarming van de aarde versnelt.
- rift/
riftzone - Langgerekt breuksysteem dat ontstaat door divergentie waardoor de aardkorst uitrekt, en daardoor dunner wordt.
- schiereiland
- Een gebied dat aan drie kanten is omringd door zee.
- schild
- Een zeer oud aardkorst van minstens 500 miljoen jaar.
- stratovulkaan
- Vulkaan met steile hellingen die opgebouwd is uit lagen lava en pyroclastisch materiaal.
- subductie
- Het wegduiken van een oceanische plaat onder een continentale plaat.
- terugkoppeling
- Verschijnsel dat een proces wordt beïnvloed door zijn eigen resultaat.
- versterkt broeikaseffect
- De versterking van het natuurlijke broeikaseffect door de toename van CO₂ in de lucht.
- zee-ijs
- Bevroren zeewater (pakijs en drijfijs).
- zeespiegelstijging
- Stijging van de zeespiegel door het afsmelten van gletsjers en landijs en het uitzetten van zeewater.
- zeestroom
- Stroming van zeewater die ontstaat doordat de wind langdurig uit één richting waait.