FLEX-boek - 6 vwo 4.1 - Aspecten van globalisering - 4.4
Publiek
Woorden in deze lijst (27)
Origineel
- amerikanisering
- de wereldwijde verbreiding van de Amerikaanse (westerse) cultuur en waarden
- anders-globalisten
- organisaties en critici die zich wereldwijd verzetten tegen de huidige, sterk door de mno's vormgegeven wereld
- belastingtarieven
- het percentage belasting dat wordt opgelegd aan een individu, onderneming of instelling
- blokvorming
- landen zoeken aansluiting en steun bij elkaar om hun positie (vooral economische en geopolitiek) te versterken
- buitenlandse investeringen
- een instroom van kapitaal of investering, leidend tot invloed op een bedrijf in een ander land
- culturele diversiteit
- de verscheidenheid aan culturen of culturele invloeden binnen een gebied
- culturele identiteit
- centrale waarden van een cultuur waaraan een volk zijn eigenheid ontleent
- culturele uniformiteit
- gebrek aan variatie in cultuurelementen
- economische globalisering
- het proces waarbij de verwevenheid tussen gebieden op economisch terrein toeneemt
- Foreign Direct Investment (FDI)
- een instroom van kapitaal of investering, leidend tot invloed op een bedrijf in een ander land
- globalisering
- het proces waarbij de verwevenheid tussen gebieden en samenlevingen op aarde toeneemt
- grootmacht
- land dat internationaal een sterke invloed uitoefent op andere landen op economisch, politiek en militair gebied
- handelsbelemmering
- belemmering in het internationale goederenverkeer dat een gevolg is van bijvoorbeeld veiligheidsvoorschriften of administratieve bepalingen
- kapitaalstromen
- geldstromen die zich door globalisering in steeds hoger tempo over de wereld verplaatsen
- lingua franca
- de voertaal in een gebied waar meerdere talen gesproken worden, op wereldschaal is dat Engels
- mondiaal en transnationaal netwerken
- verbindingen tussen gebieden en landen op economisch, politiek en sociaal-cultureel terrein; het kan een netwerk zijn tussen twee landen (transnationaal netwerk) of een wereldwijd netwerk (mondiaal netwerk)
- mondialisering
- het proces waarbij de verwevenheid tussen gebieden en samenlevingen op aarde toeneemt
- multinationale onderneming (mno)
- internationaal bedrijf met vestigingen op meerdere plaatsen in de wereld
- politieke globalisering
- de wereldwijde intensivering en uitbreiding van politieke relaties tussen staten
- productieketen
- de route die een product aflegt van idee of grondstof tot dienst of eindproduct
- (regionale) grootmachten
- land dat internationaal een sterke invloed uitoefent op andere landen op economisch, politiek en militair gebied
- regionalisme
- groepen mensen koesteren hun regionale identiteit en proberen de regionale eigenheid te behouden en benadrukken
- ruilvoet
- de verhouding tussen de prijs van de export en de import
- samenwerkingsverbanden
- samenwerking op economisch of politiek terrein tussen een groep van landen, vaak binnen een regio
- transnationale ondernemingen
- internationaal bedrijf met vestigingen op meerdere plaatsen in de wereld
- wereldburgerschap
- het gevoel van verbinding tussen jezelf en anderen, zowel dichtbij als ver weg
- wereldhandelsorganisatie (WTO)
- internationale organisatie voor het bevorderen van de internationale handel, de beslechting van handelsconflicten en de opheffing van handelsbelemmeringen; de WTO streeft naar liberalisering van de wereldmarkt