Gaswisseling
Publiek
Woorden in deze lijst (24)
Origineel
- Gaswisseling
- Het proces waarbij het lichaam gassen uit de lucht opneemt en gassen aan de lucht afgeeft.
- Neusslijmvlies
- De bekleding van de neusholte die de binnenstromende lucht vochtig maakt en verwarmt.
- Trilhaarepitheel
- De buitenste laag cellen van het slijmvlies waarin slijmproducerende cellen en trilhaarcellen voorkomen die slijm naar de keelholte transporteren.
- Bijholten
- Holten in de schedelbeenderen, zoals de kaakholten en de voorhoofdsholte, die bekleed zijn met slijmvlies en verbonden zijn met de neusholte.
- Stembanden
- Stevige vliezen in het strottenhoofd die gaan trillen als er lucht langskomt, waardoor geluid ontstaat.
- Bronchiën
- Vertakkingen van de luchtpijp waarin hoefijzervormige kraakbeenringen zitten.
- Bronchiolen
- Kleine zijtakjes van de bronchiën waarvan de wanden spierweefsel bevatten in plaats van kraakbeenringen.
- Longblaasjes
- Blaasjes aan de uiteinden van de fijnste bronchiolen waar de gaswisseling plaatsvindt.
- Alveolair vocht
- Een dun laagje vocht aan de binnenkant van de wand van de longblaasjes.
- Longhaarvaten
- Een netwerk van fijne bloedvaatjes rondom de longblaasjes waar diffusie van gassen plaatsvindt.
- Partiële zuurstofdruk
- Het aandeel van zuurstof in de totale luchtdruk, aangeduid als pO2.
- Wet van Fick
- De natuurkundige formule die de diffusiesnelheid beschrijft op basis van oppervlak, afstand en concentratie- of drukverschil.
- Aerosol
- Meer of minder fijn verdeelde vloeistof of vaste stof in een gas.
- Hemoglobine
- Een eiwitmolecuul in de rode bloedcellen bestaande uit globine en vier heemgroepen dat zuurstof bindt.
- Oxyhemoglobine
- De verbinding die ontstaat wanneer zuurstof aan hemoglobine wordt gebonden.
- Myoglobine
- Eiwit in de spieren dat zuurstof kan binden en afgeven.
- Verzadigingskromme
- Diagram dat het verband weergeeft tussen de pO2 van het interne milieu en het percentage verzadigde hemoglobine.
- Bohr-effect
- De verschuiving waarbij door een lagere pH meer zuurstofmoleculen vrijkomen uit oxyhemoglobine.
- Waterstofcarbonaationen
- De vorm (HCO3-) waarin het grootste deel van de koolstofdioxide door het bloedplasma wordt vervoerd.
- Koolzuuranhydrase
- Het enzym in rode bloedcellen dat de evenwichtsreactie tussen koolstofdioxide en water versnelt.
- Tracheeën
- Sterk vertakte adembuizen bij insecten die gassen rechtstreeks naar de cellen vervoeren.
- Stigmata
- De openingen van de tracheeën in het achterlijf van een insect.
- Kieuwen
- Gaswisselingsorganen bij vissen opgebouwd uit kieuwbogen, kieuwplaatjes en kieuwlamellen.
- Tegenstroomprincipe
- Het verschijnsel waarbij de stroomrichting van het water tegengesteld is aan de stroomrichting van het bloed voor maximale zuurstofopname.
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–