Module 8: Conjunctuur en economisch beleid - 4/5/6 VWO - Hoofdstuk 2
Publiek
Woorden in deze lijst (29)
Origineel
- Adaptieve inflatieverwachting
- de voorspelde inflatie is gelijk aan de huidige inflatie
- Autonome consumptie
- uitgaven aan de eerste levensbehoeften die altijd gedaan moeten worden
- Begrotingsbeleid
- economisch beleid van de overheid door veranderingen van overheidsbestedingen en belastingen
- Belastinglek
- deel van de overheidsbestedingen dat via de belastingen terug lekt naar de overheid
- Bestedingen
- overheidsbestedingen plus bestedingen van gezinshuishoudens plus investeringen (bij een gesloten economie)
- Bestedingslijn
- bestedingen afgezet tegen het inkomen
- Besteedbaar inkomen
- deel van het inkomen dat overblijft na belastingen
- Consumptiefunctie
- het verband tussen het inkomen en de bestedingen van gezinshuishoudingen
- Consumptiequote
- deel van het besteedbaar inkomen dat wordt geconsumeerd als percentage van het besteedbaar inkomen
- Economische scholen
- verzameling uitgangspunten en denkbeelden over het functioneren van de economie
- Effectieve ondergrens
- ondergrens van de nominale rente
- Effectieve vraag
- bestedingen
- GA-lijn
- verband tussen de inflatie en het geaggregeerde aanbod
- Geaggregeerd aanbod
- totale aanbod van alle aanbieders in een economie
- Inkomen
- bbp (berekend volgens de subjectieve methode)
- Inverdieneffect
- verschijnsel waarbij een investering leidt tot extra verdiensten
- IS-lijn
- lijn met alle mogelijke rente-inkomen-combinaties waarbij de goederenmarkt in evenwicht is
- Keynesiaans kruis
- diagram van inkomen en bestedingen
- MB-lijn
- lijn van de reële rente bij ieder inkomen
- Monetair beleid
- economisch beleid van de centrale bank door veranderingen van de rente, de wisselkoers en de maatschappelijke geldhoeveelheid
- Multiplier
- verandering van het inkomen als fractie van de verandering van de overheidsbestedingen
- Naïeve inflatieverwachting
- de voorspelde inflatie is gelijk aan de huidige inflatie
- Rentebesluit
- besluit van de centrale bank over de hoogte van de nominale rente
- Renterregel
- beslisregel die bepaalt hoe de rente verandert bij een verandering van de verwachte inflatie
- Spaarlek
- deel van het besteedbaar inkomen dat via de besparingen niet wordt geconsumeerd
- Spaarquote
- deel van het besteedbaar inkomen dat wordt gespaard als percentage van het besteedbaar inkomen
- Taylorregel
- beslisregel die bepaalt hoe de rente verandert bij een verandering van de verwachte inflatie
- Uitverdieneffect
- verschijnsel waarbij een bezuiniging leidt tot extra daling van de uitgaven
- Verwachte inflatie
- inschatting van de inflatie voor de nabije toekomst