Begrippen Paragraaf 2.3

Publiek
4keer geoefend
Woorden in deze lijst (23)
Origineel
- Grens tussen een gebied waar nog wel bomen groeien en waar geen bomen meer kunnen groeien door de lage temperatuur (kouder dan gemiddeld 10 °C in de zomer).
- boomgrens
- Denkbeeldige cirkel die plaatsen van gelijke breedteligging verbindt. Heet ook parallel.
- breedtecirkel
- De afstand van een plaats tot de evenaar.
- breedteligging
- Gebied waar altijd sneeuw ligt.
- eeuwige sneeuw
- Luchtstreek tussen de breedtecirkels van 23½ en 66½° N.B. en 23½ en 66½° Z.B. Gematigd wil zeggen: niet heel warm en niet heel koud.
- gematigde zone
- Overgangsgebied waar loof- en naaldbomen door elkaar groeien.
- gemengd bos
- De ligging van een plaats ver van de evenaar (hoger dan 60° N.B. en Z.B.).
- hoge breedte
- De breedtecirkel van 23½° N.B. (Kreeftskeerkring) en 23½° Z.B. (Steenbokskeerkring); grens van de tropen.
- keerkring
- Geleidelijke of abrupte verandering in het klimaat door natuurlijke processen en/
of invloed van de mens. - klimaatverandering
- De ligging van een plaats dicht bij de evenaar (lager dan 30° N.B. en Z.B.).
- lage breedte
- Honderden meters tot kilometers dikke lagen ijs op het land die zijn ontstaan doordat sneeuw eeuwenlang laag na laag bleef liggen en onderin werd samengeperst tot ijs.
- landijs
- Zone in de gematigde zone (luchtstreek) waar loofbomen groeien, zoals eiken en beuken.
- loofboomgordel
- Temperatuurzone op aarde: de tropische zone (tropen), gematigde zone en polaire zone (poolstreek).
- luchtstreek
- Kenmerkende vegetatie in de subtropen, die zich heeft aangepast aan een seizoen met droogte en hitte. Voorbeelden zijn olijfbomen, palmen, vijgen en kurkeiken.
- mediterrane plantengroei
- De breedtecirkel van 66½° N.B.
- noordpoolcirkel
- Altijd bevroren ondergrond.
- permafrost
- De breedtecirkel van 66½° N.B. (noordpoolcirkel) en 66½° Z.B. (zuidpoolcirkel).
- poolcirkel
- Koude luchtstreek ten noorden van 66½° N.B. en ten zuiden van 66½° Z.B. Heet ook polaire zone.
- poolstreek
- Deel van de gematigde zone (luchtstreek) dat het dichtst bij de tropen ligt (sub
- subtropen
- Natuurlandschap in de gematigde zone (luchtstreek) met naaldbomen. In de winter is het er gemiddeld kouder dan −3 °C. Heet ook naaldboomgordel.
- taiga
- Natuurlandschap in de poolstreken met begroeiing van grassen, mossen en lage struikjes.
- toendra
- Warme luchtstreek bij de evenaar tussen 23½° N.B. en 23½° Z.B. Heet ook tropische zone.
- tropen
- Bevroren zeewater.
- zee-ijs