Impulsgeleiding
Publiek
Woorden in deze lijst (16)
Origineel
- Membraanpotentiaal
- Het spanningsverschil tussen de binnen- en de buitenzijde van een celmembraan.
- Ionpoorten
- Eiwitten in het celmembraan die alleen bepaalde typen ionen het membraan laten passeren.
- Lekpoorten
- Ionpoorten in het celmembraan die voortdurend of met regelmaat openstaan.
- Spanningsafhankelijke poorten
- Ionpoorten die openen of sluiten als reactie op een verandering in de membraanpotentiaal.
- Rustpotentiaal
- Het constante spanningsverschil van ongeveer -70 mV tussen de binnen- en buitenzijde van een neuron in rust.
- Na+-K+-pompen
- Eiwitten in het celmembraan die actief drie Na+-ionen de cel uit en twee K+-ionen de cel in pompen om de rustpotentiaal te handhaven.
- Actiepotentiaal
- Een snelle verandering van de membraanpotentiaal die optreedt wanneer een prikkel de drempelwaarde overschrijdt.
- Prikkeldrempel
- De waarde van de membraanpotentiaal (ongeveer -50 mV) waarbij spanningsafhankelijke Na+-poorten massaal openen en een actiepotentiaal ontstaat.
- Depolarisatie
- De fase van een actiepotentiaal waarin de membraanpotentiaal stijgt naar +30 mV doordat Na+-ionen de cel instromen.
- Repolarisatie
- De fase van een actiepotentiaal waarin de membraanpotentiaal weer daalt richting de rustpotentiaal doordat K+-ionen de cel uitstromen.
- Hyperpolarisatie
- Een korte periode na de repolarisatie waarin de membraanpotentiaal lager is dan de rustpotentiaal doordat K+-poorten lang openstaan.
- Refractaire periode
- De periode na een actiepotentiaal waarin het neuron ter plekke tijdelijk ongevoelig is voor een nieuwe prikkel.
- Alles-of-niets principe
- Het verschijnsel dat een actiepotentiaal pas ontstaat als de prikkeldrempel wordt bereikt en dan altijd een gelijke sterkte heeft.
- Impuls
- Het verplaatsen van een actiepotentiaal over het celmembraan van een neuron.
- Insnoering van Ranvier
- Een onderbreking in de myelineschede rondom een axon waar in- en uitstroom van ionen kan plaatsvinden.
- Sprongsgewijze impulsgeleiding
- De verplaatsing van een impuls waarbij de actiepotentiaal van de ene insnoering van Ranvier naar de volgende springt.
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–