4. Vraagstukken in Nederland
Publiek
Woorden in deze lijst (131)
Origineel
- dwarsprofiel
- Dwarsdoorsnede van een rivier op een bepaalde plek.
- dynamisch kustbeheer
- Het handhaven van de kustlijn door natuurlijke processen en tegelijk de natuurlijke dynamiek laten bestaan. De mens grijpt indien nodig in (met zandsuppleties).
- eb
- Periode waarin het zeewater daalt.
- eigendomssituatie
- Wie de eigenaar is van een woning. Koopwoningen zijn eigendom van de bewoner(s), huurwoningen zijn eigendom van een verhuurder.
- energietransitie
- Omschakeling van fossiele energiebronnen naar duurzame energiebronnen, zoals zonne- en windenergie.
- erosie
- Het uitschuren en verplaatsen van gesteente door de schurende werking van water, wind of ijs met behulp van verweringsmateriaal.
- estuarium
- Verbrede, vaak trechtervormige monding van een rivier met een duidelijk getijdenverschil. Een estuarium ontstaat doordat de zee het sediment van de rivier afvoert en tijdens vloed de rivierbedding uitslijpt.
- gentrificatie
- Proces waarbij een wijk er fysiek, sociaal en economisch op vooruitgaat door de komst van relatief welvarende bevolkingsgroepen.
- getijdenstroom
- Zeestroom die afwisselend een vloedstroom en een ebstroom is. De getijdenstroom ontstaat voornamelijk door de aantrekkingskracht van de maan op het zeewater. De aantrekkingskracht van de zon kan de getijdenstroom versterken of verzwakken.
- groeikernen
- Kleine tot middelgrote steden die de trek uit de grote steden, die vanaf de jaren zestig van de vorige eeuw plaatsvond, moesten opvangen.
- groen dak
- Dak met beplanting om regenwater langer vast te houden en om 's zomers de temperatuur in de stad te verlagen.
- Groene Hart
- Centrale deel van de Randstad, waar relatief weinig bebouwing en relatief veel groen is.
- grondwateronttrekking
- Het naar het oppervlak halen van grondwater. Door grondwateronttrekking komt het grondwater lager te staan.
- grootstedelijke functie
- Functies die typerend zijn voor grote steden, met name vervuld door voorzieningen als mainports, hoofdkantoren van internationale bedrijven, banken en verzekeringsmaatschappijen, gespecialiseerde ziekenhuizen, universiteiten en grote theaters en beurshallen.
- harde kust
- Kust die bestaat uit harde materialen. Van nature kan dat bijvoorbeeld een rotskust zijn. Maar in Nederland bestaat de harde kust uit door de mens aangelegde, harde waterkeringen, zoals dijken, dammen, kades en pieren.
- herstructurering
- Opknappen van wijken door middel van renovatie en/
of nieuwbouw, met daarnaast nadrukkelijk aandacht voor verbetering van de sociale leefbaarheid en de veiligheid, bijvoorbeeld door meer variatie aan te brengen in het woningaanbod. - Hoogwaterbeschermingsprogramma
- Project om de waterkeringen van Nederland toekomstbestendig te maken.
- huishoudenstype
- Het soort huishouden, bijvoorbeeld een eenpersoons- of tweepersoonshuishouden, een eenoudergezin of een paar met kinderen.
- infiltratie
- Het in de bodem (laten) zakken van regenwater.
- inklinking
- Inzakken van de bodem, vooral als gevolg van ontwatering, bebouwing en het gebruik van zware landbouwmachines.
- integraal waterbeheer
- Samenhangend pakket maatregelen van de overheid, waarin naast het keren van water ook verdroging, verzilting, waterkwaliteit, zoetwaterbeschikbaarheid, bevaarbaarheid van de rivieren en natuur- en recreatiewaarden een plek hebben. Enkele belangrijke aandachtspunten van het integraal waterbeheer zijn: - het aanvoeren van zoet water, vooral naar verziltingsgevoelige gebieden; - het vasthouden van water in of op de bodem (retentie); - het bergen of opslaan van water in oppervlaktewater; - het bevorderen van de afvoer van water; - het sparen van water (beperken van het verlies).
- Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC)
- Organisatie van de Verenigde Naties die de (gevolgen van) klimaatverandering onderzoekt.
- kanalisatie
- Menselijke ingrepen gericht op verbetering van de waterstand en de bevaarbaarheid van rivieren.
- kenniseconomie
- Economie met veel innovatie op het gebied van producten, diensten, processen en technologieën. Voor die innovatie is veel kennis nodig.
- klimaatadaptief bouwen/
inrichten - Op zo'n manier bouwen en de ruimte inrichten dat schade door hitte, wateroverlast, overstromingen en droogte zoveel mogelijk beperkt wordt.
- klimaatverandering
- Verandering van het weer op de lange termijn.
- KNMI
- Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut. Een wetenschappelijk instituut van de Nederlandse overheid, gespecialiseerd in weerkunde, klimaatwetenschap en seismologie.
- krib
- Korte dam, loodrecht op de rivier.
- kustprocessen
- Exogene processen die opbouw en afbraak van de kust veroorzaken.
- landschapsvervuiling
- Aantasting van de aantrekkelijkheid van het landschap door bouwwerken die als storend worden ervaren.
- lengteprofiel
- Doorsnede in de lengterichting van een rivier.
- mainport
- Belangrijk intercontinentaal knooppunt, in de vorm van een zee- of luchthaven, in een mondiaal transportnetwerk. Nederland heeft twee mainports: de haven van Rotterdam en Schiphol.
- menselijk handelen
- Menselijke activiteiten. Veel van die activiteiten hebben invloed op het landschap en het klimaat.
- metropoolvorming
- Het proces van toenemende integratie tussen steden die dicht bij elkaar liggen. Dit kan gaan om een grote stad en de daaromheen liggende kleinere steden, of - zoals bij de Randstad - om een aantal min of meer even grote steden.
- middenloop
- Het gedeelte van een rivier tussen de bovenloop en de benedenloop.
- milieuvervuiling
- De aanwezigheid van schadelijke stoffen in de lucht, de bodem en het water.
- mitigatie
- Beperking van de klimaatverandering door maatregelen te nemen die de uitstoot van broeikasgassen verminderen.
- Noordvleugel
- Stedelijke zone in de noordelijke Randstad, die loopt van IJmuiden/
Haarlem via Amsterdam tot Almere en Utrecht. - objectieve veiligheid
- Mate waarin er sprake is van feitelijk onveilige situaties als inbraken, vechtpartijen en vandalisme.
- onderhoud
- Het in goede staat houden (van bijvoorbeeld woningen, parken, sportvelden en fietspaden).
- onregelmatiger neerslagregiem
- De verdeling en de intensiteit van de neerslag in een gebied wordt door het jaar heen onregelmatiger.
- ontwatering
- Het afvoeren van water uit de bodem, zodat het grondwaterpeil zakt.
- openbare ruimte
- Plekken in de wijk die voor iedereen toegankelijk zijn.
- overstromingsrisicobewustzijn
- Besef van de kans op een overstroming en de gevolgen hiervan.
- overzichtelijkheid
- De mate waarin iets te overzien is. In de openbare ruimte vergroot goede (straat)verlichting bijvoorbeeld de overzichtelijkheid.
- oxidatie
- Verbranding van plantenresten in veengebieden, doordat ze in contact komen met zuurstof.
- piekafvoer
- De maximale afvoer van een rivier tijdens perioden met veel neerslag en/
of smeltwater. - primaire waterkering
- Verdedigingswerk tegen overstromingen vanuit de zee, de grote rivieren en de grote wateren, waaronder het IJsselmeer, de Westerschelde, de Oosterschelde, het Volkerak-Zoommeer, het Grevelingenmeer en de Veluwerandmeren.
- regiem
- De verdeling van de waterafvoer van een rivier (debiet) over het jaar.
- reikwijdte
- De afstand die mensen willen afleggen om van een voorziening gebruik te maken.
- relatieve zeespiegelstijging
- Stijging van de zeespiegel doordat er sprake is van bodemdaling.
- retentiebekken
- Gebied (open water of een stuk land) waar overtollig water tijdelijk kan worden opgeslagen.
- Rijkswaterstaat
- Uitvoeringsorganisatie die in opdracht van de overheid de hoofdwegen en de grote wateren, zoals de zee en de rivieren beheert.
- Ruimte voor de Rivier
- Project dat tussen 2007 en 2019 is uitgevoerd om de Nederlandse rivieren meer ruimte te geven, waardoor de kans op overstromingen is afgenomen.
- ruimtelijk beleid
- Beleid van de overheid (landelijk, provinciaal en lokaal) om de beperkte ruimte zo goed mogelijk in te richten, rekening houdend met de belangen van de economie, de bevolking en de natuur.
- ruimtelijke ordening
- De inrichting van de ruimte in Nederland, waarbij zoveel mogelijk rekening wordt gehouden met de verschillende publieke en private belangen.
- Science Park
- Wetenschapspark waar universiteiten, hightechbedrijven en onderzoeksinstituten samenwerken en onderzoek doen.
- sedimentatie
- Het neerleggen (afzetten) van verweringsmateriaal door water, wind of ijs.
- slufter
- Duinvallei waar de zee via een gat in de zeewerende duinenrij naar binnen kan stromen.
- smart city
- 'Slimme stad' waarin technologie een centrale rol speelt bij het aanpakken van de problemen.
- sociale cohesie
- De mate waarin de bewoners van een wijk zich met elkaar verbonden voelen.
- sociale veiligheid
- De mate waarin de bewoners van een wijk zich beschermd voelen tegen criminaliteit en gevaarlijke situaties.
- absolute zeespiegelstijging
- Stijging van de zeespiegel doordat gletsjers en landijs smelten en het zeewater uitzet door hogere temperaturen.
- acceptatie
- Aanvaarding, bijvoorbeeld van het feit dat we in Nederland moeten leren leven met overstromingsgevaar.
- adaptatie
- Aanpassing, bijvoorbeeld aan de klimaatverandering.
- belevingseconomie
- Economie waarin aan producten of diensten een beleving of ervaring wordt toegevoegd, waardoor de klant een extra binding met het product of de dienst krijgt.
- benedenloop
- Het gedeelte van een rivier dicht bij de monding.
- bewonerskenmerken
- Eigenschappen van de bewoners van een wijk, zoals inkomen, opleiding, leeftijd, culturele achtergrond en huishoudenstype.
- binnendijks
- Aan de droge, beschermde zijde van een dijk gelegen.
- bolwerkvorming
- Proces waarbij de erosiebestendige harde kust relatief verder in zee komt te liggen dan de aangrenzende zachte kust, die sterker erodeert.
- bovenloop
- Het gedeelte van een rivier dicht bij de bron.
- buitendijks
- Aan de zee- of rivierzijde van een dijk gelegen.
- circulaire economie
- Economie waarin grondstoffen oneindig hergebruikt worden en er vrijwel geen afval is.
- creatieve stad
- Stad waarin een relatief groot deel van de inwoners in de creatieve sector werkt.
- debiet
- De hoeveelheid water die een rivier op een bepaalde plek, op een bepaald moment per tijdseenheid afvoert (meestal gemeten in m³ per seconde).
- delta
- Vertakte monding van een rivier, vaak in de vorm van een driehoek. Een delta ontstaat wanneer een rivier meer sediment aanvoert dan er door getijdenwerking afgevoerd wordt. De rivier vult dan zijn eigen bedding op met sedimenten en verlegt telkens zijn loop, waardoor de vertakkingen ontstaan.
- Deltaprogramma
- Beleidsprogramma van de Nederlandse overheid waarin doelstellingen en maatregelen staan om Nederland te beschermen tegen overstromingen, een tekort aan zoet water, verzilting, bodemdaling en de gevolgen van extreem weer.
- (demografische) krimp
- Afname van de bevolkingsomvang.
- dijkring
- Gebied dat tegen hoogwater beschermd wordt door een waterkering.
- doodtij
- Getij waarbij het verschil tussen hoog- en laagwater het kleinst is, doordat de aantrekkingskracht van de maan wordt tegengewerkt door die van de zon (bij eerste en laatste kwartier).
- drempelwaarde
- Het minimum aantal klanten dat een voorziening of bedrijf nodig heeft om te kunnen voortbestaan.
- droogte
- Situatie waarin er meer water verdampt dan er door neerslag bijkomt.
- duin
- Door de wind gevormde zandheuvel.
- duurzame stad
- Stad die erop gericht is op zo'n manier aan de behoeften van de bewoners te voldoen dat het milieu zo weinig mogelijk belast wordt en ook aan de behoeften van toekomstige generaties voldaan kan worden.
- springtij
- Getij waarbij het verschil tussen hoog- en laagwater het grootst is, doordat de zon en maan op één lijn staan (bij vollemaan en nieuwemaan).
- spuien
- Het lozen van water door een spuisluis. Dit gebeurt vooral op plekken waar het water op de zee geloosd moet worden.
- stadsvernieuwing
- Opknappen van verouderde wijken, door sloop of renovatie.
- stedelijk netwerk
- Een sterk verstedelijkt gebied waarin de verschillende steden vaak elk hun eigen functie hebben en met elkaar verbonden zijn.
- stroomgebied
- Gebied dat zijn overtollige water afvoert via één hoofdrivier met zijn zijrivieren.
- stroomstelsel
- Het stelsel van de hoofdrivier en zijn zijrivieren (wordt ook wel rivierstelsel genoemd).
- structuurvisie
- Langetermijnvisie van de rijksoverheid, waarin doelen staan om van de Randstad een duurzame en concurrerende Europese topregio te maken.
- stuw
- Waterbouwkundig werk dat het waterpeil in een rivier of kanaal regelt.
- subjectieve veiligheid
- De beleving die bewoners hebben ten aanzien van de veiligheid in hun woonomgeving.
- temperatuurstijging
- Toename van de temperatuur als gevolg van het versterkte broeikaseffect.
- toegankelijkheid
- De mate waarin voorzieningen zijn getroffen om de openbare ruimte voor mensen bereikbaar te maken.
- toekomstscenario
- Schets van toekomstige gebeurtenissen. Organisaties als het IPCC en het KNMI ontwikkelen toekomstscenario's voor (de gevolgen van) de klimaatverandering, gebaseerd op wetenschappelijk onderzoek.
- toezicht
- Het in de gaten houden van een plek om te beoordelen of alles in orde is. In de openbare ruimte kan dat bijvoorbeeld met behulp van camera's, politie en buurtbewoners.
- transformatie
- Een (deel van een) wijk of buurt krijgt een andere functie, bijvoorbeeld wonen in plaats van industrie.
- transport
- Vervoer van verweringsmateriaal door water, wind of ijs.
- uiterwaard
- Land tussen een rivier en de winterdijk, aan weerszijden van de rivier.
- verdroging
- Uitdroging van de bodem, onder meer als gevolg van neerslagtekorten, grondwateronttrekking en menselijke ingrepen in het landschap.
- verhang
- Het verval van een rivier in meters per kilometer.
- verhoogde en versnelde piekafvoer
- Extra hoge en snelle piekafvoer, doordat rivieren minder ruimte hebben gekregen in hun bedding.
- verstening van het oppervlak
- De bedekking van een steeds groter deel van het landoppervlak met harde materialen die slecht water doorlaten.
- vertragingstijd
- De tijd tussen het vallen van neerslag en de afvoer ervan door een rivier.
- verval
- Het hoogteverschil tussen twee punten langs een rivier.
- verzilting
- Toename van de concentratie aan zouten in en op de bodem.
- verzorgingsgebied
- Het gebied waar de gebruikers van een voorziening of bedrijf vandaan komen.
- Vinex-wijken
- Grootschalige nieuwbouwwijken aan de rand van grote steden die er, vanaf het begin van de jaren negentig van de vorige eeuw, voor moesten zorgen dat de trek naar groeikernen afremde en dat mensen weer meer in de grote steden gingen wonen. 'Vinex' is een verkorting van Vierde Nota Ruimtelijke Ordening Extra.
- vloed
- Periode waarin het zeewater stijgt.
- voorzieningenniveau
- De hoeveelheid voorzieningen in een plaats.
- wad
- Kustgebied met zandplaten die bij eb droogvallen.
- wadi
- Geul in het openbaar groen waarin water kan wegzakken, om overbelasting van het riool en wateroverlast te voorkomen.
- waterafvoer
- De hoeveelheid water die door een rivier stroomt.
- waterkering
- Barrière die een gebied beschermt tegen hoogwater van een rivier, een meer of de zee.
- waterplein
- Retentiebekken in de stad.
- waterschap
- Waterbeheerder op regionale schaal in Nederland. Ook het gebied waarin een waterschap actief is, heet een waterschap (soms ook een hoogheemraadschap).
- waterscheiding
- De grens tussen twee stroomgebieden.
- watertoets
- Een onderzoek waarin de initiatiefnemer van een ruimtelijk plan en de waterbeheerder samen bekijken hoe het plan zo uitgevoerd kan worden dat het ook aan de eisen van het waterbeleid voldoet.
- wijk- en buurtprofiel
- Overzicht van de objectieve kenmerken van een wijk of buurt en de subjectieve beleving ervan.
- winterbed
- De ruimte die een rivier heeft tussen de winterdijken.
- woningkenmerken
- De eigenschappen van een woning, zoals ouderdom, staat van onderhoud, woningtype en eigendomssituatie.
- woningtype
- Het soort woning, bijvoorbeeld een flat, een eengezinswoning, een rijtjeshuis of een vrijstaand huis.
- zachte kust
- Kust die is opgebouwd uit zacht, los verweringsmateriaal, vooral zand en klei. De Nederlandse zachte kust bestaat uit drie delen: de waddenkust, de duinenkust en de estuariumkust.
- Zandmotor
- Opspuiten schiereiland van zand voor de kust van Ter Heijde met als doel dit zand door de zeestromen over de kust te laten verspreiden (vorm van dynamisch kustbeheer).
- zandsuppletie
- Het toevoegen van zand aan de zeebodem langs de kust of op het strand.
- zeedijk
- Door de mens aangelegde harde waterkering langs de kust.
- zeespiegelstijging
- Zie: absolute zeespiegelstijging/
relatieve zeespiegelstijging. - zeestroom
- Stroming van het water in de zee in een bepaalde richting. Een zeestroom kan het gevolg zijn van dichtheidsverschillen in het water, de wind, de draaiing van de aarde of de getijden.
- zomerbed
- De ruimte die een rivier heeft tussen de zomerdijken.
- Zuidvleugel
- Stedelijke zone in de zuidelijke Randstad, die loopt van Den Haag/
Leiden via Rotterdam naar Dordrecht.