Hoofdstuk 3 - Hele hoofdstuk
Publiek
1
Woorden in deze lijst (102)
Origineel
- décrire
- beschrijven
- la personne
- de persoon
- l’objet (m)
- het voorwerp
- le bâtiment
- het gebouw
- le truc
- het ding
- la différence
- het verschil
- en bois
- van hout
- en plastique
- van plastic
- en métal
- van metaal
- lourd
- zwaar
- léger, légère
- licht
- les cheveux (m pl)
- de haren
- les yeux (m pl)
- de ogen
- la bouche
- de mond
- la peau
- de huid
- la forme
- de vorm
- rond
- rond
- carré
- vierkant
- la taille
- de maat
- l’endroit (m)
- de plaats
- l’histoire (f)
- het verhaal
- elle voit (voir)
- zij ziet (zien)
- bizarre
- vreemd
- ne … personne
- niemand
- décider
- beslissen
- le personnage principal
- de hoofdpersoon
- mauvais
- slecht
- recommander
- aanraden
- amusant
- grappig
- la vie
- het leven
- l’amitié (f)
- de vriendschap
- possible, impossible
- mogelijk, onmogelijk
- il entend (entendre)
- hij hoort (horen)
- le bruit
- het geluid
- l’accident (m)
- het ongeluk
- grave
- ernstig
- la fin
- het einde
- aucun
- geen enkel
- mesurer
- meten, lang zijn
- en tissu
- van stof
- interdit (interdire)
- verboden (verbieden)
- à partir de
- vanaf
- assez
- nogal
- il dit (dire)
- hij zegt (zeggen)
- le propriétaire
- de eigenaar
- au moins
- ten minste
- les poils (m pl)
- de vacht
- hésiter
- twijfelen
- la patte
- de poot
- j’ai vu (voir)
- ik heb gezien (zien)
- la queue
- de staart
- le corps
- het lichaam
- le collier
- de halsband
- bouclé
- gekruld
- ressembler à
- lijken op
- l’église (f)
- de kerk
- décorer
- versieren
- en cuir
- van leer
- incroyable
- ongelooflijk
- la femme
- de vrouw
- la place
- het plein
- le café
- het café
- en verre
- van glas
- vers
- tegen (+ tijd)
- tu connais (connaitre)
- jij kent (kennen)
- la fontaine
- de fontein
- avoir lieu
- plaatsvinden
- la tour
- de toren
- joyeux, joyeuse
- vrolijk
- on y va
- we gaan er naartoe
- au milieu de
- in het midden van
- peser
- wegen
- personnel, personnelle
- persoonlijk
- cette fois-ci
- deze keer
- le maquillage
- de make-up
- le rouge à lèvres
- de lippenstift
- la boucle d’oreille
- de oorbel
- lisse
- steil
- chauve
- kaal
- la coiffure
- het kapsel
- l’apparence (f)
- het uiterlijk
- la barbe
- de baard
- la moustache
- de snor
- l’appareil (m) dentaire
- de beugel
- être d’accord
- het eens zijn
- ordinaire
- gewoon
- brun
- bruin
- blond
- blond
- plusieurs
- meerdere, verschillende
- soigné
- verzorgd
- le bus, les bus
- de bus, de bussen
- le corps, les corps
- het lichaam, de lichamen
- le prix, les prix
- de prijs, de prijzen
- le cadeau, les cadeaux
- het cadeau, de cadeaus
- le drapeau, les drapeaux
- de vlag, de vlaggen
- le feu, les feux
- het stoplicht, de stoplichten
- le cheveu, les cheveux
- de haar, de haren
- l'animal, les animaux
- het dier, de dieren
- le cheval, les chevaux
- het paard, de paarden
- l'hôpital, les hôpitaux
- het ziekenhuis, de ziekenhuizen
- le travail, les travaux
- het werk, de werkzaamheden
- l'oeil, les yeux
- het oog, de ogen