Organismen
Publiek
Woorden in deze lijst (17)
Origineel
- Ecologie
- De wetenschap die de wisselwerking tussen organismen en hun omgeving bestudeert.
- Populatie
- Een groep organismen van dezelfde soort die in een bepaald gebied leeft en zich onderling voortplant.
- Levensgemeenschap
- Alle populaties in een bepaald gebied samen.
- Biotische factoren
- De organismen van een levensgemeenschap en de invloed die ze op hun omgeving uitoefenen.
- Abiotische factoren
- Invloeden vanuit de levenloze omgeving, zoals temperatuur, licht en water.
- Biotoop
- De gezamenlijke abiotische factoren van een bepaald gebied.
- Ecosysteem
- Een min of meer begrensd gebied waarin een wisselwerking plaatsvindt tussen verschillende biotische en abiotische factoren.
- Habitat
- Het leefgebied van een organisme waar het voedsel, bescherming en soortgenoten vindt.
- Soortensamenstelling
- De verschillende soorten (planten, dieren, schimmels, prokaryoten) die in een gebied voorkomen.
- Klimaat
- Een combinatie van abiotische factoren als temperatuur, licht, wind en water (neerslag).
- Humus
- Een mengsel van organische stoffen, anorganische stoffen en micro-organismen.
- Zonplanten
- Planten die het best groeien bij een hoge lichtintensiteit.
- Schaduwplanten
- Planten die het best groeien bij een beperkte lichtintensiteit.
- Areaal
- Het gebied waar een soort op aarde voorkomt; ook wel verspreidingsgebied genoemd.
- Tolerantie
- Het vermogen van organismen om schommelingen in een abiotische factor te verdragen.
- Optimum
- De waarde van een abiotische factor die het gunstigst is voor het organisme.
- Beperkende factor
- Een factor die bepaalt of en hoeveel organismen van een soort in een gebied kunnen overleven.
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–