Begrippenlijst Geschiedenis van de democratische rechtsstaat in Nederland
Publiek
Woorden in deze lijst (45)
Origineel
- actief kiesrecht
- Het recht om te mogen kiezen of stemmen.
- algemeen kiesrecht
- Iedere burger mag kies-/
of stemrecht uitoefenen. - anarchisme
- Politieke stroming die streeft naar kleine, autonoom bestuurde gemeenschappen.
- burgerlijke ongehoorzaamheid
- Niet doen wat de overheid wil dat je doet.
- censuskiesrecht
- Kiesrecht dat alleen geldt voor mensen die een bepaald bedrag aan belasting (census) betalen.
- coalitiekabinet
- Regering waarin meerdere partijen samenwerken.
- confessionelen
- Mensen die hun politieke en maatschappelijke opvattingen baseren op godsdienstige overtuiging.
- consensuspolitiek
- Wanneer politieke partijen hun overeenkomsten benadrukken, in plaats van hun verschillen.
- conservatieven
- Mensen die streven naar zo weinig mogelijk verandering en alles bij het oude willen laten.
- constitutionele monarchie
- Koninkrijk met een grondwet.
- contract
- Denkbeeldig verdrag tussen mensen die een politieke gemeenschap hebben gevormd en hun bestuurders.
- directe democratie
- Regeringsvorm waarbij het volk zonder volksvertegenwoordiging direct de macht uitoefent.
- districtsysteem
- Degene met de meeste stemmen in een kiesdistrict behaalt de kamerlzetel van het district.
- droit divin
- De vorst regeert volgens goddelijk recht en is door God aangesteld.
- eenheidsstaat
- Een land dat in politiek opzicht een eenheid vormt, met een centrale overheid.
- evenredige vertegenwoordiging
- Het aantal zetels dat een partij krijgt, wordt bepaald op het aantal behaalde stemmen in het hele land.
- federale staat
- Staat bestaande uit meerdere vrij zelfstandige, maar wel samenwerkende deelstaten.
- feminisme
- Politiek-maatschappelijke beweging die zich inzet voor de emancipatie van vrouwen.
- grondwet
- Wet waarin de belangrijkste rechten en plichten van burgers en overheid staan.
- handelingsbekwaamheid
- De bevoegdheid om rechtshandelingen te verrichten.
- klassieke grondrechten
- Rechten die voorkomen dat de vrijheden van burgers worden beperkt of geschaad door overheid of medeburgers.
- Koninklijk Besluit
- Een besluit van de regering (tot 1848 de koning) zonder noodzakelijke toestemming van het parlement.
- liberalen
- Mensen voor wie burgerlijke vrijheden en economische vrijheid belangrijker zijn. De overheid dient zich terughoudend op te stellen.
- ministeriële verantwoordelijkheid
- Ministers zijn tegenover het parlement verantwoordelijk voor wat de koning doet en zegt.
- nachtwakersstaat
- De overheid beperkt zich tot het beschermen van de burgers en de staat zelf.
- passief kiesrecht
- Het recht om te worden verkozen.
- populisme
- Politieke stroming die uitgaat van een kloof tussen ‘het volk’ en de politieke en economische ‘elite’, die uitsluitend kan worden overbrugd door populistische politici.
- recht van amendement
- Recht van de Tweede Kamer om wijzigingen of aanvullingen in wetsvoorstellen aan te brengen.
- recht van begroting
- Recht van het parlement om inkomsten en uitgaven van de regering vast te stellen.
- recht van enquête
- Recht van het parlement om buiten de regering om een onderzoek in te stellen naar verantwoording van het beleid gedaan of heeft nagelaten.
- recht van initiatief
- Recht van de Tweede Kamer om een wetsvoorstel in te dienen.
- recht van interpellatie
- Recht van het parlement om ministers ter verantwoording te roepen.
- rechtsstaat
- Samenleving waarin onafhankelijke rechters op basis van wetgeving die voor iedereen hetzelfde is, bepalen of iemand moet worden gestraft.
- referendum
- Volksraadpleging.
- representatieve of vertegenwoordigende democratie
- Democratie waarbij de burgers politieke beslissingen aan volksvertegenwoordigers overlaten.
- sociale grondrechten
- Rechten waarbij de overheid zorgplicht heeft op het gebied van onderwijs, bestaanszekerheid, huisvesting en volksgezondheid.
- sociale kwestie
- De problematiek van de slechte levensomstandigheden van de arbeidersklasse en hoe deze moet worden opgelost.
- socialisten
- Aanhangers van politieke stromingen die de maatschappelijke ongelijkheid op willen heffen.
- soevereiniteit
- De hoogste macht.
- soevereiniteitsoverdracht
- Overdracht van de hoogste macht, meestal bij het verlenen van oanhankelikheid aan een kolonie.
- supranationale organisatie
- Organisatie boven de nationale staten, waaraan de leden bevoegdheden hebben overgegeven.
- trias politica
- Onderscheid tussen de wetgevende, rechtsprekende en uitvoerende macht.
- universele mensenrechten
- Mensenrechten die voor iedereen, waar ook ter wereld, gelden.
- verzorgingsstaat
- Samenleving waarin de overheid alle burgers een bestaansminimum garandeert.
- volkssoevereiniteit
- Staatsleer dat het volk als geheel de opperste macht heeft, soeverein is.
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–