Het ademhalingsstelsel
Publiek
Woorden in deze lijst (13)
Origineel
- Bronchiën
- De twee vertakkingen van de luchtpijp die de lucht verder de longen in leiden.
- Luchtpijptakjes
- Steeds kleinere buisjes waarin de bronchiën zich vertakken.
- Longblaasjes
- Trosjes aan het einde van de luchtpijptakjes waar zuurstof en koolstofdioxide door de wanden heen kunnen.
- Middenrif
- Een stevig, gespierd vlies dat de romp verdeelt in de borstholte en de buikholte.
- Neusslijmvlies
- Laag in de neusholte die de ingeademde lucht vochtig maakt en waaraan kleine stofdeeltjes blijven plakken.
- Neusharen
- Haren vooraan in de neusholte die de grote stofdeeltjes uit de ingeademde lucht tegenhouden.
- Trilharen
- Deeltjes in de neusholte en de luchtwegen die het slijm met stofdeeltjes naar de keelholte verplaatsen.
- Reukzintuig
- Zintuig boven in de neusholte dat de binnenstromende lucht keurt en waarschuwt voor stinkende gassen.
- Strotklepje
- Klepje dat de luchtpijp afsluit op het moment dat je voedsel inslikt.
- Huig
- Onderdeel van de keelholte dat de neusholte afsluit tijdens het slikken.
- Luchtpijp
- Een holle buis met kraakbeenringen die aansluit op de onderkant van het strottenhoofd.
- Kraakbeenringen
- Hoefijzervormige ringen in de wand van de luchtpijp en bronchiën waardoor deze altijd openstaan.
- Longhaarvaten
- Een netwerk van kleine bloedvaatjes die om de longblaasjes heen liggen.
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–