5.1 Vocabulary
Publiek
Woorden in deze lijst (46)
Origineel
- ability
- vermogen
- academic subject
- academisch vak
- after-school activity
- naschoolse activiteit
- attend/
go to school - naar school gaan
- break up
- stoppen
- classmate
- medeleerling /
klasgenoot - compulsory
- verplicht
- cope with
- omgaan met
- curriculum
- leerplan
- do a degree
- een studie doen
- do/
take an exam - een examen doen
- drop a subject
- een vak laten vallen
- elementary school
- lagere school
- entrance exam
- toelatingsexamen
- fail an exam
- zakken voor een examen
- finish school
- school afmaken
- get a degree
- een diploma halen
- get into university
- naar de universiteit gaan
- get on well with
- goed opschieten met
- hand in homework
- huiswerk inleveren
- have a degree
- een diploma hebben /
bevoegdheid hebben - keep up with
- bijhouden
- learn by heart, memorise
- uit je hoofd leren, onthouden
- learn from mistakes
- van fouten leren
- leave school
- van school gaan
- line up
- bij elkaar komen
- make mistakes
- fouten maken
- mark homework
- huiswerk nakijken
- miss/
skip lessons - lessen missen /
overslaan - mixed-ability class
- klassen met verschillende niveaus
- move up
- overgaan
- Music
- Muziek
- pass an exam
- slagen voor een examen
- pay attention
- opletten
- PE
- PE
- playground
- speelplaats
- revise for an exam
- oefenen /
leren voor een examen - school uniform
- schooluniform
- secondary school
- middelbare school
- set homework
- huiswerk geven
- start school
- beginnen met school
- take a subject
- een vak volgen
- term
- termijn /
semester - timetable
- rooster
- tuition fee
- collegegeld
- university graduate
- afgestudeerd aan de universiteit