Frans - LIBRE SERVICE 4e - 5 VWO - CHAPITRE 2 - ÉCRIRE
Publiek
113keer geoefend
Woorden in deze lijst (30)
Origineel
- le portable
- de mobiel
- éteint
- uit/
uitgezet - le vol
- de diefstal
- soupçonner
- verdenken
- accuser
- beschuldigen
- le fric (fam.)
- het geld
- se méfier de
- wantrouwen
- manquer
- ontbreken/
missen - j’ai beau (+ infinitif)
- ik kan (+ infinitief) wat ik wil
- s’inquiéter
- zich zorgen maken
- la caisse
- de kassa
- en plus
- bovendien
- avoir confiance en
- vertrouwen hebben in
- prévenir
- waarschuwen
- désespéré
- wanhopig
- licencier
- ontslaan
- furieux
- woedend
- pressé
- gehaast
- il vaut mieux
- het is beter
- bosser (fam.)
- werken
- se passer
- gebeuren
- en même temps
- tegelijkertijd
- avoir de la monnaie
- kleingeld hebben
- retirer de l’argent
- geld pinnen
- emprunter
- lenen (van iemand)
- le code confidentiel
- de pincode
- le distributeur automatique
- de geldautomaat
- payer par carte
- pinnen/
met pin betalen - la dette
- de schuld
- régler
- betalen