Kijken en luisteren
Publiek
Woorden in deze lijst (16)
Origineel
- Tekstdoel
- Wat de spreker met een tekst wil bereiken.
- Informeren
- Het geven van informatie of het laten weten van iets nieuws.
- Uitleggen of instructie geven
- Uitleggen hoe iets werkt, hoe iets zit of hoe je iets moet doen.
- Overtuigen
- Anderen overtuigen van een mening, waarschuwen of goede raad geven.
- Amuseren
- Gevoelens verwoorden of gevoelens bij het publiek oproepen.
- Activeren
- Het publiek overhalen of aansporen om iets te doen.
- Beeldmateriaal
- Visuele middelen zoals foto's, video, illustraties of powerpoint die een gesproken tekst duidelijker kunnen maken.
- Voorwerpen
- Materialen of levende dieren die getoond worden om een verhaal duidelijk te maken.
- Ondersteunend beeld
- Beeld dat verduidelijkt wat er wordt gezegd of uitgelegd.
- Aanvullend beeld
- Beeld dat extra informatie geeft die niet wordt verteld.
- Versierend beeld
- Beeld dat leuk is voor de sfeer, maar niet echt nodig is.
- Communiceren
- Het uitwisselen van informatie door bijvoorbeeld te praten, schrijven, discussiëren of bellen.
- Verbale communicatie
- Communicatie met taal, oftewel wat er met woorden wordt gezegd.
- Non-verbale communicatie
- Alle communicatie buiten de woorden om, zoals stemgebruik en lichaamstaal.
- Lichaamstaal
- Non-verbale communicatie via gezichtsuitdrukking, lichaamshouding, gebaren en oogcontact.
- Mimiek
- Gezichtsuitdrukking als onderdeel van de lichaamstaal.
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–