2.1 deel a 3 vmbo-b
Publiek
Woorden in deze lijst (20)
Origineel
- baarmoeder
- Orgaan waarin zich het embryo ontwikkelt.
- balzak
- Huidplooi waarin teelballen en bijballen liggen.
- bijbal
- Tijdelijke opslag van zaadcellen.
- binnenste vulvalippen(binnenste schaamlippen,kleine vulvalippen)
- Huidplooien die vocht aanmaken.
- buitenste vulvalippen(buitenste schaamlippen,grote vulvalippen)
- Behaarde huidplooien.
- clitoris(kittelaar)
- Geslachtsorgaan van de vrouw; bestaat uit zwellichamen(inwendig) en clitoriseikel(uitwendig).
- eierstok
- Deel waar de eicellen zich ontwikkelen.
- eikel
- Top van de penis; gevoelig voor prikkels.
- eileider
- Vervoer van eicellen van de eierstok naar de baarmoeder.
- penis
- Uitwendig geslachtsorgaan van de man.
- primaire geslachtskenmerken
- Geslachtskenmerken die vanaf de geboorte aanwezig zijn.
- prostaat
- Orgaan dat vocht toevoegt aan de zaadcellen.
- teelballen(zaadballen)
- Delen die zaadcellen produceren.
- urinebuis
- Transport van urine en(bij mannen) sperma.
- vagina(schede)
- Kanaal tussen de baarmoeder en de vulva.
- voorhuid
- Huidplooi om de eikel.
- voortplantingsstelsel
- Alle organen die nodig zijn bij de voortplanting.
- zaadblaasjes
- Organen die vocht toevoegen aan de zaadcellen.
- zaadleider
- Vervoer van zaadcellen van bijbal naar prostaat.
- zwellichamen
- Delen die zich vullen met bloed en daardoor groter en steviger worden.
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–