8. De poolgebieden
Publiek
Woorden in deze lijst (56)
Origineel
- aanlandige wind
- Wind vanaf zee. Heet ook zeewind.
- aardas
- De denkbeeldige lijn van de Noordpool naar de Zuidpool.
- aardkorst
- Dunne laag gesteente om de aarde, met een dikte van gemiddeld 8 km onder oceanen en 35 km onder continenten.
- albedo
- De weerkaatsing van de atmosfeer en het aardoppervlak.
- albedo-effect
- Het effect dat zonlicht weerkaatst op het aardoppervlak.
- boomgrens
- Grens tussen een gebied waar nog wel bomen groeien en waar geen bomen meer kunnen groeien door de lage temperatuur (kouder dan 10 °C in de zomer). De lijn waarboven het te koud is voor boomgroei.
- breedteligging
- De afstand van een plaats tot de evenaar.
- broeikaseffect
- Het vasthouden van zonnewarmte door de dampkring.
- broeikasgas
- Gas in de atmosfeer – zoals waterdamp, koolstofdioxide, methaan, lachgas en ozon – dat warmte kan opnemen en geleidelijk weer kan afgeven, waardoor het bijdraagt aan het broeikaseffect.
- continentaal plat
- Het deel van de zeebodem dat aan een land grenst. Het punt waarop de zeebodem opeens steiler naar beneden gaat, is de grens van het continentaal plat.
- continentale plaat
- Plaat die bestaat uit een groot landoppervlak.
- dampkring
- De lucht om ons heen. Heet ook atmosfeer.
- delfstof
- Grond- en brandstof die je uit de aarde haalt.
- divergentie
- Het uit elkaar drijven van platen.
- ecosysteem
- Het geheel van planten en dieren in een gebied en hoe ze in verhouding staan tot elkaar en hun omgeving.
- exclusieve economische zone (EEZ)
- Een strook van 200 zeemijl die wordt beheerd door de kuststaat en waar deze staat ook de visserijrechten heeft en het recht om grondstoffen te winnen.
- geologie
- Wetenschap die zich bezighoudt met het ontstaan en de veranderingen van de aardkorst.
- geologische tijdschaal
- De indeling van de geschiedenis van de aarde in geologische perioden en tijdvakken.
- gletsjer
- Enorme ijsmassa die langzaam naar beneden schuift.
- grondstof
- Ruw materiaal (zoals ijzererts of cacaobonen) dat nog bewerkt moet worden om er een product van te maken.
- hoge breedte
- De ligging van een plaats ver van de evenaar (meer dan 60°, hoegraadgebied).
- hoegraadgebied
- Gebied met dalende lucht, veel zon en weinig bewolking.
- ijstijd
- Koude periode waarin zich op het land uitgestrekte ijskappen vormen. Heet ook glaciaal.
- interglaciaal
- Warmere periode tussen twee ijstijden (glacialen) in.
- isotherm
- Lijn die punten van gelijke temperatuur met elkaar verbindt.
- kantelpunt
- Een moment waarop in korte tijd een heel grote verandering plaatsvindt. In dit geval een moment waarop ons klimaat in een korte tijd drastisch en onomkeerbaar verandert. Heet ook tipping point.
- klimaat
- Het gemiddelde weer in een bepaald gebied over dertig of veertig jaar.
- klimaatadaptatie
- Aanpassing aan de klimaatverandering om de gevolgen ervan te verminderen.
- klimaatmitigatie
- Maatregelen die de uitstoot van broeikasgassen koolstofdioxide (CO₂), methaan (CH₄), lachgas (N₂O) en een aantal fluor-verbindingen (HFK’s, PFK’s en SF₆) verminderen om zo de klimaatverandering tegen te gaan.
- lage breedte
- De ligging van een plaats dicht bij de evenaar (minder dan 30°).
- landijs
- Laag eeuwige sneeuw op het land die tot ijs is samengeperst.
- magma
- Heet, vloeibaar gesteente binnen in de aarde.
- middernachtzon
- Periode in de zomer in de poolstreken waarin de zon niet ondergaat.
- negatieve terugkoppeling
- Terugkoppeling die de opwarming van de aarde vertraagt; werkt als een soort buffer.
- oceanische plaat
- Plaat die bestaat uit een groot zeeoppervlak (oceaan).
- pakijs
- Massa op elkaar geschoven losse brokken zee-ijs (ijsschollen).
- Pangea
- Naam voor het oercontinent toen alle werelddelen aan elkaar vast lagen (zo’n 245 miljoen jaar geleden).
- permafrost
- Permanent bevroren ondergrond.
- polaire zone
- Het gebied ten noorden van 66½° N.B. en ten zuiden van 66½° Z.B.
- poollicht
- Gekleurde lichtverschijnselen aan de hemel veroorzaakt door botsing van zonnedeltjes die de ruimte in worden geslingerd, met het magnetisch veld van de aarde. Heet ook noorderlicht.
- poolnacht
- Periode in de winter in de poolstreken waarin de zon niet opkomt.
- poolstreken
- Het gebied ten noorden van 66½° N.B. en ten zuiden van 66½° Z.B.
- positieve terugkoppeling
- Terugkoppeling die de opwarming van de aarde versnelt.
- rift/
riftzone - Langgerekt breukensysteem dat ontstaat door divergentie waardoor de aardkorst uitrekt, en daardoor dunner wordt.
- schiereiland
- Een gebied dat aan drie kanten is omringd door zee.
- schild
- Een zeer oud aardkorst van minstens 500 miljoen jaar.
- stratovulkaan
- Vulkaan met steile hellingen die opgebouwd is uit lagen lava en pyroclastisch materiaal.
- subductie
- Het wegduiken van een oceanische plaat onder een continentale plaat.
- temperatuurfactoren
- Factoren die van invloed zijn op de temperatuur (de breedte-ligging, de hoogteligging, de ligging ten opzichte van de zee, aanvoer van kou of warmte van elders en de ligging van gebergten).
- terugkoppeling
- Verschijnsel dat een proces wordt beïnvloed door zijn eigen resultaat.
- tipping point
- Een moment waarop in korte tijd een heel grote verandering plaatsvindt. In dit geval een moment waarop ons klimaat in een korte tijd drastisch en onomkeerbaar verandert. Heet ook kantelpunt.
- versterkt broeikaseffect
- De versterking van het natuurlijke broeikaseffect door de toename van CO₂ in de lucht.
- weer
- De temperatuur, de neerslag en de wind op een bepaalde plaats, op een bepaald moment.
- zee-ijs
- Bevroren zeewater (pakijs en drijfijs).
- zeespiegelstijging
- Stijging van de zeespiegel door het afsmelten van gletsjers en landijs en het uitzetten van zeewater.
- zeestroom
- Stroming van zeewater die ontstaat doordat de wind langdurig uit één richting waait.