Staatsvorming en centralisatie
Publiek
Woorden in deze lijst (14)
Origineel
- Staatsvorming
- Het ontstaan van een land met een centraal bestuur, een eigen leger en een eigen rechtspraak.
- Centralisatie
- Het besturen van een land vanuit één centraal punt met wetten en regels die voor het hele gebied gelden.
- Feodale staat
- Een koninkrijk waarin de koning afhankelijk is van de trouw van zijn vazallen of leenheren.
- Honderdjarige Oorlog
- De strijd tussen de Franse en Engelse koning van 1337 tot 1453 over het bezit van Franse gebieden.
- Soevereiniteit
- Het hoogste gezag in een staat.
- Geldeconomie
- Een economisch systeem waarbij geld als betaalmiddel wordt gebruikt, wat belastingheffing door de koning mogelijk maakte.
- Standenmaatschappij
- Een samenleving die is verdeeld in drie groepen: de geestelijkheid, de adel en de burgerij.
- Staten-Generaal
- Een vergadering waarin vertegenwoordigers van de drie standen uit het hele koninkrijk bijeenkomen.
- Rekenkamer
- Een centrale instelling waar ambtenaren de financiën van het koninkrijk controleren.
- Keurvorsten
- Zeven machtige Duitse edelen en bisschoppen die het recht hadden om de koning te kiezen.
- Sheriffs
- Ambtenaren in loondienst van de Engelse koning die belastingen inden en recht spraken.
- Magna Carta
- Een oorkonde uit 1215 waarin de vrijheden van de adel werden vastgelegd en de Engelse koning aan regels werd gebonden.
- Parlement
- Een volksvertegenwoordiging van de drie standen die toestemming moest geven voor nieuwe belastingen.
- Salische wet
- Een wet die bepaalde dat vrouwen geen hertogdom konden erven.
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–