4.4 Obligaties en beleggingsfondsen
Publiek
Woorden in deze lijst (8)
Origineel
- Obligatielening
- Een geldlening op lange termijn die in kleine bedragen is opgedeeld.
- Obligatie
- Een bewijs van deelneming in een geldlening (obligatielening).
- Aflossen van een obligatielening
- In één keer aan het einde van de looptijd, in gedeelten gedurende een aantal jaren en door inkopen van de eigen obligaties.
- Koers obligatie
- De prijs die wordt betaald voor de obligatie. Deze wordt vaak vermeld als percentage van de nominale waarde.
- Koers staatsobligatie
- Deze wordt vooral bepaald door de huidige marktrente: de netto contante waarde van alle toekomstige betalingen (rente en aflossing).
- Couponrendement
- De verhouding tussen de nominale rente en de koers van de obligatie.
- Risicospreiding
- Door te beleggen in verschillende soorten effecten en/
of spaargeld en de effecten te verspreiden over verschillende ondernemingen en overheid loop je minder risico. - Beleggingsfonds
- Een fonds waarin beleggers met vergelijkbare beleggingsdoelen geld inleggen om deze gelden vervolgens te beleggen in bepaalde mix van aandelen, obligaties, contanten, vastgoed enz.