Module 1: Schaarste, geld en handel - 4/5 HAVO - hoofdstuk 3
Publiek
16
Woorden in deze lijst (36)
Origineel
- Centrale bank
- bank belast met de ontwikkeling en uitvoering van monetair beleid en met het toezicht op het bank- en verzekeringswezen
- Chartaal geld
- munten en bankbiljetten
- De Nederlandsche Bank
- centrale bank van Nederland
- Denominatie
- waarde die op chartaal geld vermeld staat
- Directe ruil
- ruil van middelen zonder tussenkomst van geld
- Europese Centrale Bank
- centrale bank van de eurolanden
- Extrinsieke waarde van geld
- zie denominatie
- Fiduciair geld
- geld dat zijn waarde uitsluitend ontleent aan het vertrouwen dat mensen erin hebben
- Geld
- middel dat kan worden geruild tegen alle andere middelen
- Geldschepping
- nieuw geld in omloop brengen
- Geldwissel
- document waarop staat hoeveel geld de houder aan de bank in beheer heeft gegeven
- Giraal geld
- direct opvraagbare tegoeden op bank- of girorekeningen
- Indirecte ruil
- ruil van middelen met tussenkomst van geld
- Inflatie
- stijging van het algemene prijspeil door de tijd
- Intrinsieke waarde van geld
- waarde van het materiaal waarvan het geld gemaakt is
- Koopkracht van geld
- de hoeveelheid middelen die voor het geld gekocht kunnen worden
- Maatschappelijke geldhoeveelheid
- totale hoeveelheid chartaal en giraal geld die in omloop is
- Monetair beleid
- bepaling van de maatschappelijke geldhoeveelheid, het wisselkoersregime en de rentestand
- Nominale waarde van geld
- waarde die op chartaal geld staat afgebeeld
- Prijs
- ruilverhouding van middelen tot het middel geld
- Reële waarde van geld
- koopkracht van het geld
- Rekenmiddel
- functie van geld waardoor de waarde van verschillende middelen met elkaar vergeleken kan worden
- Ruilmiddel
- functie van geld waardoor goederen en diensten geruild kunnen worden
- Valuta
- muntsoort
- Waardemeter
- waarde van middelen uitgedrukt in geld
- Wet van Gresham
- ervaringsgegeven dat zegt dat geld met een relatief hoge intrinsieke waarde uit de omloop gaat
- abstract geld
- geld als rekeneenheid
- beleidsrente
- rente dat de centrale bank moet betalen over wat ze van de centrale bank lenen
- concreet geld
- geld dat feitelijk voorhanden is
- eurozone
- zone van landen die aangesloten zijn bij de europese monetaire unie
- interne waarde van geld
- reele waarde van geld
- kapitaal van een handelsbank
- totaal aan geld dat de bank eerder verdiend heeft
- kapitaalreserve
- percentage van het totaal aan het uitstaande leningen dat een handelsbank in kas moet hebben
- rekenmiddel
- functie van geld waardoor waarde vergeleken kan worden
- spaarmiddel
- functie vangeld waardoor de aanwendrichting uitgesteld kan worden
- ruilhandel
- directe ruil
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–