8.2 Erven civiel
Publiek
Woorden in deze lijst (14)
Origineel
- Nalatenschap
- Het vermogen (bezittingen en schulden) dat de overleden persoon op de dag van overlijden nalaat.
- Versterferfrecht
- Als de erflater geen testament heeft, geldt dit recht. Binnen de erfgenamen wordt een volgorde van groepen erfgenamen genoemd. Bij vererving erven alleen personen in de eerste groep. Zijn er geen erfgenamen in de eerste groep, dan erven de erfgenamen in de tweede groep enz. Binnen een groep heeft iedere persoon recht op een gelijk deel van de nalatenschap.
- Plaatsvervulling
- Als (klein)kinderen de plaats van een erfgenaam innemen; dit kan als de erfgenaam is overleden, de erfenis verwerpt of onwaardig is.
- Ongedaanmakingsverbintenis
- De langstlevende kan de toedeling van alle goederen en schulden binnen drie maanden na overlijden van de erflater ongedaan maken.
- Stiefoudergevaar
- Het gevaar dat de vordering in de gemeenschap van goederen in het nieuwe huwelijk valt. Als de langstlevende ouder als eerste komt te overlijden, komt dan de hele nalatenschap in handen van de stiefouder.
- Wilsrechten
- Kinderen kunnen hun vordering bij een nieuw huwelijk van de langstlevende ouder beschermen.
- Notarieel testament
- Degene die het testament maakt (testateur) legt de voorkeuren en wensen uit aan de notaris die de notariële akte opmaakt. De notariële akte is het testament en moet worden ondertekend door de testateur en de notaris. De notaris doet melding van het testament bij het Centraal TestamentenRegister (CTR).
- Depottestament
- Dit wordt door de testateur zelf gemaakt en deze geeft dit (gesloten of open) in bewaring bij de notaris. Van deze verklaring maakt de notaris een akte van bewaring. Het testament en de akte van bewaring vormen samen het depottestament. De notaris moet hier ook melding van doen bij het CTR.
- Legaat
- Hierbij worden bepaalde goederen of een geldbedrag aan iemand of aan een organisatie toegewezen. De legataris is de ontvanger van het legaat en heeft niets te maken met de afwikkeling van de nalatenschap.
- Codicil
- Een onderhands, door de erflater geheel met de hand geschreven, gedagtekend en ondertekend stuk. In een codicil kan alleen het volgende gelegateerd worden: kleding, sieraden, dingen uit de inboedel, boeken, persoonlijkheidsrechten van auteurs en artiesten, en regeling uitvaart.
- Legitieme portie
- De legitieme portie is het deel van de erfenis waarop de legitimaris (het kind) altijd recht heeft. Vaak is de legitieme portie de helft van het erfdeel volgens het versterferfrecht.
- Legitieme (legitimaire) massa
- Waarde van de nalatenschap - waarde bepaalde giften (bepaalde giften in de afgelopen vijf jaar voor overlijden en giften aan kinderen) - schulden van de nalatenschap (schulden die bij overlijden aanwezig waren, kosten van begrafenis/
crematie, kosten voor vereffenen nalatenschap enz.). - Onterven
- Door te onterven is de onterfde persoon geen erfgenaam. Ze kunnen dus geen rechtsopvolger van de overledene worden. Als een kind wordt onterfd, kan hij de legitieme portie (in geld en binnen vijf jaar na overlijden) opeisen.
- Legitimaire aanspraak
- De legitieme portie minus door de legitimaris tijdens zijn leven ontvangen giften van de erflater.