Samenvatting
Publiek
Woorden in deze lijst (30)
Origineel
- Periodieke beweging
- Bewegingen die zich regelmatig herhalen.
- Frequentie
- Het aantal bewegingen per seconde.
- Periode
- De herhaaltijd.
- Trilling
- Een periodieke beweging om een evenwichtsstand.
- Trillingstijd
- De periode van een trilling.
- Uitwijking
- De afstand tot de evenwichtsstand.
- Amplitude
- De maximale uitwijking.
- Fase
- Geeft aan hoeveel trillingen er zijn geweest vanaf het tijdstip waarop voor de eerste keer de evenwichtsstand in positieve richting is gepasseerd.
- Gereduceerde fase
- Geeft aan welk deel van een hele trilling voorbij is.
- Faseverschil
- Geeft aan hoeveel een trillend punt voor- of achterloopt op een ander trillend punt.
- Oscillogram
- Een (spanning, tijd)-diagram waarin een trilling is omgezet met behulp van sensoren.
- Cardiogram
- Een oscillogram van de beweging van het hart.
- Harmonische trilling
- Een trilling waarvan de (u, t)-grafiek een sinusfunctie is.
- Eigentrilling
- De trilling die een voorwerp uitvoert zonder invloed van buitenaf.
- Eigenfrequentie
- De bijbehorende frequentie van een eigentrilling.
- Resonantie
- Het verschijnsel dat optreedt als de aandrijffrequentie (ongeveer) gelijk is aan de eigenfrequentie, waardoor de amplitude van de aangedreven trilling extra groot wordt.
- Lopende golf
- Ontstaat als een trilling aan de omgeving wordt doorgegeven.
- Transversale golf
- Een golf waarbij de richting waarin de deeltjes trillen loodrecht staat op de voortplantingsrichting van de golf.
- Longitudinale golf
- Een golf waarbij de richting waarin de deeltjes trillen gelijk is aan de richting waarin de golf beweegt.
- Voortplantingssnelheid
- De snelheid waarmee een golf zich verplaatst.
- Golflengte
- De afstand die de golf in één trillingstijd aflegt.
- Geluid
- Een longitudinale golf.
- Echo
- Ontstaat doordat geluidsgolven uit een bron door een voorwerp worden teruggekaatst.
- Interferentie
- De gezamenlijke werking van twee golven in een punt.
- Constructieve interferentie
- Het verschijnsel waarbij golven elkaar versterken.
- Destructieve interferentie
- Het verschijnsel waarbij golven elkaar verzwakken.
- Dopplereffect
- Treedt op bij alle golven waarbij bron en waarnemer ten opzichte van elkaar bewegen.
- Staande golf
- Een patroon van buiken en knopen dat ontstaat bij bepaalde frequenties.
- Grondtoon
- De laagst mogelijke eigenfrequentie van een muziekinstrument.
- Boventonen
- De andere eigenfrequenties van een muziekinstrument die veelvouden zijn van de grondtoon.