3 vwo (3e editie) - 1 Nederland 1813-1900
Publiek
Woorden in deze lijst (7)
Origineel
- Gecentraliseerde eenheidsstaat
- Een staat met een sterk centraal bestuur en geringe macht voor de provincies.
- Gouverneur-generaal
- De hoogste Nederlandse gezagsdrager in Nederlands-Indiƫ.
- Inlands
- Uit het land zelf (ook wel 'inheems'/
'autochtoon' genoemd). - Machtsevenwicht
- Een situatie waarin op politiek en militair vlak twee of meer machtige staten ongeveer even sterk zijn.
- Parlement
- Volksvertegenwoordiging.
- Sociale wetgeving
- Beleid waarbij de overheid met wetgeving probeert om misstanden op het gebied van woon-, werk- en leefomstandigheden op te lossen of te voorkomen.
- Transithandel
- Doorvoerhandel; de aangevoerde goederen worden direct doorgevoerd en niet, zoals op de stapelmarkt, in afwachting van een prijsstijging tijdelijk opgeslagen.