Kapitel 3 | D Wortschatz und sprechen | Lernliste Niederländisch - Deutsch 4 VWO

Publiek
26keer geoefend
Woorden in deze lijst (88)
Origineel
- de ingang
- der Eingang
- de ingangen
- die Eingange
- de speler
- der Spieler
- het sportveld
- der Sportplatz
- de trainer
- der Trainer
- de vereniging
- der Verein
- de verenigingen
- die Vereine
- het voetbalveld
- der Fußballplatz
- de wedstrijd
- der Wettkampf
- de wedstrijden
- die Wettkampfe
- de afspraak
- die Verabredung
- de afspraken
- die Verabredungen
- de conversatie
- die Unterhaltung
- de conversaties
- die Unterhaltungen
- de discussie
- die Diskussion
- de discussies
- die Diskussionen
- de fluit
- die Flöte
- de fluiten
- die Flöten
- de hal
- die Halle
- de serie
- die Serie
- de series
- die Serien
- het team
- die Mannschaft
- de teams
- die Mannschaften
- de tekening
- die Zeichnung
- de tekeningen
- die Zeichnungen
- de viool
- die Geige
- de violen
- die Geigen
- het computerspel
- das Computerspiel
- de computerspellen
- die Computerspiele
- het doelpunt
- das Tor
- de doelpunten
- die Tore
- het drumstel
- das Schlagzeug
- het feest
- das Fest
- de feesten
- die Feste
- het instrument
- das Instrument
- de instrumenten
- die Instrumente
- de piano
- das Klavier
- het publiek
- das Publikum
- het resultaat
- das Ergebnis
- de resultaten
- die Ergebnisse
- het stadion
- das Stadion
- de training
- das Training
- de trainingen
- die Trainings
- afspreken
- sich verabreden
- afzeggen
- absagen
- bakken
- backen
- gebakken
- gebacken
- bekijken
- sich ansehen
- bekeken
- sich angesehen
- deelnemen aan
- teilnehmen an
- deelgenomen
- teilgenommen
- fitnessen
- ins Fitnessstudio gehen
- foto's bewerken
- Fotos bearbeiten
- koken
- kochen
- plaatsvinden
- stattfinden
- plaatsgevonden
- stattgefunden
- programmeren
- programmieren
- schaken
- Schach spielen
- schilderen
- malen
- series kijken
- Serien gucken
- sporten
- Sport treiben
- gesport
- Sport getrieben
- staan
- stehen
- gestaan
- gestanden
- tekenen
- zeichnen
- trainen
- trainieren
- uitgaan
- ausgehen
- uitgegaan
- ausgegangen
- uitkomen
- passen
- vangen
- fangen
- gevangen
- gefangen
- verliezen
- verlieren
- verloren
- verloren
- verzamelen
- sammeln
- vloggen
- vloggen
- voorstellen
- vorschlagen
- voorgesteld
- vorgeschlagen
- werpen
- werfen
- geworpen
- geworfen
- winnen
- gewinnen
- gewonnen
- gewonnen
- zich bezighouden met
- sich beschäftigen mit
- zich ontspannen
- sich entspannen
- binnen
- drinnen
- buiten
- draußen
- daarmee
- damit
- in geen geval
- auf keinen Fall
- per se
- unbedingt