Français ↔ Néerlandais H5
Publiek
4
Woorden in deze lijst (88)
Origineel
- manger
- eten
- sauver
- redden
- hésiter
- twijfelen
- avoir soif
- dorst hebben
- avoir faim
- honger hebben
- avoir besoin (de)
- nodig hebben
- avoir l'air
- eruitzien
- mettre
- aandoen
- ça me fait plaisir
- dat vind ik leuk
- plus tard
- later
- enfin
- (uit)eindelijk
- peut-être
- misschien
- trop (de)
- te
- quelque chose
- iets
- si
- als
- gentil,gentille
- lief
- prêt(e)
- klaar
- la vie
- het leven
- le verre
- het glas
- la bouteille
- de fles
- la tasse
- het kopje
- la boîte
- de doos,het blik
- la viande
- het vlees
- le poisson
- de vis
- le boeuf
- het rundvlees
- la crêpe
- de pannenkoek
- le fromage
- de kaas
- la glace
- het ijs
- le lait
- de melk
- vas-y!
- ga je gang!
- raconter
- vertellen
- réussir
- slagen
- travailler
- werken
- commander
- bestellen
- devenir
- worden
- apprendre
- leren
- il faut
- je moet
- ou
- of
- l'équipe
- het team
- le rêve
- de droom
- le métier
- het beroep
- jeune
- jong
- depuis
- sinds
- car
- want
- donc
- dus
- d'abord
- ten eerste
- apporter
- brengen
- retourner
- teruggaan
- râler
- klagen
- ce n'est pas grave
- het is niet erg
- le petit boulot
- het baantje
- la carte
- de menukaart
- le pourboire
- de fooi
- le sel
- het zout
- le poivre
- de peper
- le couteau
- het mes
- la fourchette
- de vork
- la cuillère
- de lepel
- l'assiette
- het bord
- la serviette
- het servet
- le ketchup
- de ketchup
- la sauce
- de saus
- la moutarde
- de mosterd
- le beurre
- de boter
- le bateau
- de boot
- le but
- het doel
- la femme
- de vrouw
- la mer
- de zee
- la fenêtre
- het raam
- cassé(e)
- gebroken,kapot
- délicieux,-euse
- heerlijk
- chaud(e)
- warm
- rencontrer
- ontmoeten
- rêver
- dromen
- rater (le bus)
- (de bus) missen
- nager
- zwemmen
- décrire
- beschrijven
- surtout
- vooral
- seulement
- alleen(maar)
- un peu (de)
- een beetje
- la construction
- de bouw
- la pollution
- de vervuiling
- quelqu'un
- iemand
- à l'âge de 10 ans
- op 10-jarige leeftijd
- menacer
- bedreigen
- attirer l'attention
- de aandacht trekken
- tuer
- doden
- protéger
- beschermen