2. De wereld indelen
Publiek
Woorden in deze lijst (51)
Origineel
- afstandverval
- Het verschijnsel dat naarmate de afstand groter wordt, de intensiteit van relaties vermindert.
- amerikanisering
- Het verschijnsel dat op steeds meer plaatsen in de wereld uitingen van de Noord-Amerikaanse cultuur te zien zijn.
- analfabetisme
- Deel van de bevolking ouder dan 15 jaar dat analfabeet is (niet kan lezen en/
of schrijven). - beroepsbevolking
- Alle personen tussen de 15 en 65 jaar die betaald werk hebben of zoeken.
- bevolkingsdichtheid
- Het (gemiddelde) aantal inwoners per km² in een regio.
- bevolkingsgroei
- De absolute of procentuele toename van het aantal bewoners van een gebied.
- bevolkingsspreiding
- Verdeling van mensen over een gebied of land.
- blokvorming
- Samenwerking of organisatie van landen, vooral op economisch en/
of politiek gebied. - bruto regionaal product (brp)
- De totale geldwaarde van alle in een regio geproduceerde goederen en diensten (per jaar). Kan per hoofd van de bevolking worden weergegeven.
- culturele diffusie
- De verspreiding en vermenging van cultuurelementen, vernieuwingen of ideeën.
- culturele diversiteit
- Situatie waarin de cultuurelementen binnen een gebied of in de wereld van elkaar verschillen.
- culturele identiteit
- Culturele kenmerken van een persoon of een groep mensen die hen onderscheidt van andere personen of groepen mensen.
- culturele uniformiteit
- Situatie waarin de cultuurelementen binnen een gebied of in de wereld op elkaar lijken.
- cultuurelement
- Een door de menselijke geest voortgebracht element.
- cultuurgebied
- Gebied met gemeenschappelijke cultuurkenmerken.
- democratisch gehalte
- Mate waarin de politieke, economische en sociale macht verdeeld is over de bevolking van een land, hoeveel zeggenschap inwoners van een land hebben over hun eigen leven en hoe de regering en de overheid in een land functioneren.
- demografisch transitiemodel
- Model waarin de overgang wordt beschreven van een fase met hoge geboorte- en sterftecijfers naar een fase met lage geboorte- en sterftecijfers.
- demografische druk
- De verhouding tussen het niet-arbeidsproductieve deel en het arbeidsproductieve deel van de bevolking.
- europeanisering
- Het overnemen van Europese waarden, normen, en cultuurelementen, maar ook van politieke en economische elementen, door mensen in de vroegere koloniën.
- ginicoëfficiënt
- Indicator voor de mate van ongelijkheid in inkomen of vermogen. Heet ook gini-index.
- gini-index
- Zie ginicoëfficiënt.
- godsdienst
- Een levensbeschouwing die uitgaat van het bestaan van een of meer goden.
- human development index (hdi)
- Samengestelde indicator waarin het bnp per inwoner, de mate van scholing en de levensverwachting meeweegt. Heet ook VN-ontwikkelingsindex.
- immobiliteit
- De situatie dat mensen en goederen zich niet met gemak kunnen verplaatsen.
- inkomen (per hoofd)
- Alles wat iemand per jaar ontvangt als opbrengst van arbeid, onderneming of vermogen.
- kindersterfte
- Het aantal kinderen dat voor hun vijfde verjaardag is overleden (in % of in ‰).
- koopkracht
- Hoeveelheid goederen en diensten die een bevolking of een persoon kan kopen voor een bepaalde hoeveelheid geld.
- leeftijdsopbouw
- De samenstelling van de bevolking op basis van leeftijd en geslacht.
- lingua franca
- Taal die op grote schaal als voertaal wordt gebruikt door mensen met verschillende moedertalen.
- mensenrechten
- Rechten waarop ieder mens aanspraak kan maken, ongeacht herkomst, nationaliteit, overtuiging, gender, wettelijke status of andere kenmerken.
- migrantennetwerk
- De onderlinge contacten tussen migranten in een bepaalde gemeenschap, die veelal via sociale media verlopen.
- migratie
- Verhuizen van het ene naar het andere woongebied.
- mobiliteit
- Verplaatsing van mensen en goederen.
- natuurlijke bevolkingsgroei
- Ontwikkeling van het bevolkingsaantal door geboorte en sterfte.
- ontgroening
- Afneme van het aandeel van jongeren onder de 15 jaar in de totale bevolking.
- ontheemde
- Iemand die op de vlucht is in eigen land, bijvoorbeeld vanwege oorlog, hongersnood of natuurrampen.
- pullfactor
- Reden die een gebied aantrekkelijk maakt voor migranten.
- pushfactor
- Reden om te verhuizen uit een gebied.
- regionalisme
- Het streven naar het behoud en de versterking van de eigen regionale culturele identiteit.
- samenwerkingsverband
- Groep van landen of organisaties die regelmatig overleg met elkaar hebben en/
of intensief met elkaar samenwerken. - selectieve migratie
- Het verschijnsel dat alleen bepaalde groepen (kunnen) verhuizen.
- separatisme
- Het proces waarbij een regio of gebied zich wil afscheiden van de rest van een land.
- sociale bevolkingsgroei
- Ontwikkeling van het bevolkingsaantal door immigratie en emigratie.
- taal
- Cultuurelement dat een belangrijk middel is in de overdracht van informatie, gevoelens en ideeën.
- vergrijzing
- Toename van het aandeel van de groep mensen van 65 jaar en ouder in de bevolking.
- verstedelijkingsgraad
- Aandeel van de stedelijke bevolking in de totale bevolking.
- verstedelijkingstempo
- Snelheid waarmee de verstedelijkingsgraad (per jaar) verandert (in %).
- vluchteling
- Iemand die vanwege sociaal-culturele, politieke of fysieke ervaringen en motieven migreert en in nood en/
of levensgevaar is. - VN-ontwikkelingsindex
- Zie human development index (hdi).
- vruchtbaarheidscijfer
- Het aantal levendgeborenen per jaar per duizend vrouwen van 15 tot 50 jaar.
- wereldburgerschap
- Het beschouwen van de hele wereld als thuis, waarbij er betrokkenheid is bij gebeurtenissen en processen op wereldschaal.